Populisme

Het buitenland haalt opgelucht adem. De Nederlandse Trump is niet aan de macht gekomen, het populisme heeft het Nederlandse volk niet in zijn macht gekregen. Driewerf hoera voor de Lage Landen!

Maar dat staat nog te bezien. Want wat is er intussen wel gebeurd? De VVD is verrechtst (ik wist niet dat dat nog kon!) en een lightversie geworden van de PVV. Alles voor het goede doel, en dat is de VVD zelf. Het gejuich over de afgang van het populisme kan dus wat mij betreft meteen weer verstommen.

nietgekdoenTweede gruwel: de campagne. Tartte de VVD met de vorige verkiezingen de kiezer nog met tenenkrommende posters met teksten als: ‘Niet hand ophouden maar handen uit de mouwen’, inmiddels leek de partij ervan uit te gaan dat de gemiddelde kiezer slechts een woord per zin kon lezen. Normaal. Doen.

Er zal best hogere communicatiekunde achter de campagne schuilen. Maar met deze slogan laat de VVD toch vooral zien dat ze óf de kiezer niet serieus neemt, óf met name kiezers op het oog heeft die qua IQ familie van de goudvis zijn.

In ieder geval leek de kiezer het geheugen van een goudvis te hebben: gemiddeld drie seconden. Wie stemt er met zijn volle verstand op een partij die je eerst de prijs van de crisis laat betalen, je daarna vertelt dat als je nu maar gewoon je handjes laat wapperen, alles wel weer in orde komt? En al raakt dat jezelf niet, dan kun je er toch bij stilstaan dat dat bij anderen wel het geval kan zijn?

Nee, de VVD heeft het populisme niet tegengehouden, het heeft het omarmd, en dat is niet eens iets van de laatste maanden. Daar is die partij in de jaren ’90 al mee begonnen, met ‘gewoon jezelf kunnen zijn’ van Ed Nijpels. En daarna met de markthysterie van Annemarie Jorritsma. De beloftes dat de burger ervan zou profiteren, zijn nooit waargemaakt en dat gaat ook niet gebeuren. En als de kiezer daar na dertig jaar nog niet achter is, dan is deze verkiezingsuitslag zijn verdiende loon. Jammer alleen dat niet-VVD-stemmers er onder moeten lijden.

Keuzestress

Ik heb keuzestress. Ik heb altijd keuzestress vlak voor de verkiezingen, maar het is nog nooit zo erg geweest als nu.

Er zijn een aantal politieke partijen die geen aandeel hebben in mijn keuzestress. Zoals de PVV, Forum voor Democratie en dergelijke. Een uitzondering maak ik voor de VVD. Niet dat die partij op mijn lijstje van kanshebbers staat. Wel omdat hij hoog in de peilingen staat, en omdat ik inmiddels een ernstige allergie heb ontwikkeld voor Halbe Zijlstra.

Ik verplaats me na een VVD-praatje altijd maar even in een werkloze 55-plusser die vandaag op de radio heeft gehoord dat er werk genoeg is en dat zijn WW-uitkering opnieuw korter gaat duren. Immers, werk moet lonen! Een werkloze met twee kinderen krijgt nu evenveel als een politieagent, zegt meneer Zijlstra. Ja, dat klopt. Maar aan welke kant zit het probleem dan eigenlijk, meneer Zijlstra?

Daarnaast moet deze 55-plusser aanhoren dat ‘we allemaal’ hebben geleden onder de crisis maar dat ‘we’ nu weer gaan profiteren. Waarvan, zal hij of zij zich afvragen. Hoort hij of zij überhaupt wel bij ‘wij’? En ook als je nu denkt dat je wel bij ‘wij’ hoort, moet toch ergens de angst knagen dat dit zomaar weer kan veranderen.

Voeg daarbij de brutale claim dat het kabinetsbeleid de crisis heeft gekeerd, en mijn bloeddruk stijgt tot ongekende hoogte. Maar genoeg over de VVD. Want was dit maar mijn enige stressfactor. Ik hoef straks alleen maar NIET het rondje voor een VVD-politicus rood te maken. Grote vraag is welk rondje dan wel.
question-mark-1084522_960_720Al weken zweef ik. Ik lees partijprogramma’s, vul stemwijzers in en kom de ene keer bij heel enge partijen uit, de andere keer bij meer mainstream clubs. Ondertussen nadert 15 maart met rasse schreden.

Ik ga hier dus alleen niet uitkomen. Wat ik daarom graag zou willen: Stemtinder, net als vorige keer. En dan met alle mensen die op de lijst staan, niet alleen de lijsttrekkers. Dan kan ik lekker populistisch bepalen wie mijn stem krijgt.

Snot

De afgelopen week zat er zoveel snot in mijn hoofd dat mijn hersenen genoegen moesten nemen met minder ruimte dan normaal. Dat bleef niet zonder gevolgen.

Ik betrapte er mezelf regelmatig op dat ik wezenloos voor me uit zat te staren, dat ik bovenaan de trap gekomen niet meer wist waarom ik naar boven wilde, en dat het achtuurjournaal te ingewikkeld was om te volgen. Om van een goed boek maar niet te spreken.

mfGelukkig bood een vriendin uitkomst. Zij bracht drie dvd’s met afleveringen van My family, een serie over een tandarts, zijn vrouw en drie kinderen. En die familie is een verademing.

Eindelijk een gezin waarmee ik mij kan identificeren! Overal om mij heen en zeker op internet zie ik families met ‘prachtige kinderen’ die het uitstekend doen op school, geslaagde carrières hebben of die in ieder geval naar alle verwachting gaan krijgen.

De blogfamilies zijn het ergste. Zich zeer bewust van de mogelijke reikwijdte van hun schrijfsels, doen de blogmoeders (vrijwel altijd zijn het vrouwen) voortdurend kond van het hoge niveau van hun kroost, hun lieflijke inborst en bovengemiddelde prestaties. Dit alles natuurlijk verhuld in ‘een aardig inkijkje in mijn gezin’, maar de boodschap is er niet minder om.

Mijn kinderen bereikten die hoge staat van zijn pas toen ze al ver in de twintig waren en het ouderlijk huis reeds lang hadden verlaten. Hun puberteit werd gekenmerkt door hechtingen op de Eerste Hulp, telefoontjes van het politiebureau, klaagzangen van leraren (“hij kan het wel maar hij wil het niet”), en slapeloze nachten.

dipHet leuke is dat dit ook voor My family geldt. De jongste zoon is een nerd, de dochter is een kreng en de oudste zoon een hopeloos geval. Hij heeft geen baan, geen opleiding, geen zelfinzicht en hij is tergend optimistisch.

Maar op dit moment schittert hij toch maar mooi in Death in Paradise (BBC First, aanrader!). Zo zie je maar weer, soms komt het pas veel later in het leven helemaal goed. (Ik dacht steeds al, word toch acteur!)

En wat mijn snot betreft: er zit vooruitgang in. Gisteren lachte ik nog steeds een seconde te laat, nu ben ik weer op tijd.

Rust!

Het is raar gesteld met kerstbomen. Als je er een ophaalt, popel je van verlangen hem op te tuigen. Als je hem weghaalt, kijk je opgetogen naar de ruimte die je opeens blijkt te hebben en stop je met een zucht van opluchting alle zilveren, groene en rode handel weer in een doos. Het is weer gedaan met kerst.

boom

Echtgenoot en ik zitten bovendien opeens in een doodstil huis. Tot een week geleden liepen er nog kinderen, schoon- en kleinkinderen rond, waren douche en toilet volcontinu bezet, werd er de hele dag door gekookt en klonken er van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat vier talen door elkaar.

Wat keken we er naar uit dat de hele familie deze keer tegelijkertijd in Nederland was. Wat was het leuk dat het kleindochtertje uit Thailand voor het eerst haar neefjes en nichtjes zag. Wat hebben we heerlijk gegeten, zowel Aziatische dumplings als stoofpot van damhertenvlees uit de Amsterdamse Waterleidingduinen.

Het was heel leuk, maar het is ook heel leuk dat ze allemaal weer weg zijn. Wat een rust, wat een stilte! Echtgenoot en ik zitten ’s avonds samen op de bank, lezen een boek (dat kan weer!) en nemen nog een cappuccino. Het is ook wel weer fijn dat je beneden komt en er staat géén soep te koken. En je hoeft niet een uur te wachten tot de badkamer weer vrij is.

Alle lege flessen zijn ingeleverd of in de glasbak gekieperd, in hoeveelheden die bij de argeloze omstander het vermoeden van een forse alcoholverslaving zou kunnen wekken. In ieder geval, als die niet wist dat er twaalf mensen hard aan hebben gewerkt die respectabele hoeveelheid bij elkaar leeg te drinken.

Gisteren kwam ik nog een restje cranberrycompote tegen, dat vanwege een overvolle koelkast zo lang geparkeerd stond in het houthok. Er ligt nog kroepoek in het keukenkastje, Chinese thee en Thaise koffie, kant-en-klare noedels, en kilo’s jasmijnrijst. Tel daarbij op twee tassen vol vergeten spullen als een sjaal, rubberlaarsjes maat 33, een wollen hoedje, en nog veel meer, en je weet zeker dat ze ooit weer terugkomen. Maar voorlopig niet.

Groene Bijbel

GroeneBijbel_omslagmetwitruimte-280x280Daar was-tie dan, de Groene Bijbel. Nou ja, groen, dat bleek dus tegen te vallen. Beloofd was dat het papier voor een groot deel zou bestaan uit gerecyclede bijbels. Want een bijbel bij het oud papier gooien, nee… dat doe je niet.

Nu moet ik meteen zeggen dat ik ook een zeer door de tand des tijds aangetaste bijbel in de kast heb liggen. Echtgenoot kocht hem ooit op de rommelmarkt, een King James met tekstverwijzingen en alternatieve vertalingen. Ik heb al lang een nieuwe. Maar op die oude nou in de oudpapierbak te mikken, dat kan ik niet over mijn overigens niet vreselijk sentimentele hart verkrijgen.

Het merkwaardige is wel dat juist de hardcore refo’s en grefo’s de grootste leveranciers waren van oude en kaduke bijbels. Dat is toch het deel van de christenheid dat zo rationeel is en tegen afgoderij strijdt en tegen heiligenverering is. Het bloed kruipt kennelijk waar het niet gaan kan.

Maar het ging dus fout. Wie precies weet hoe het is gegaan kan inmiddels terecht bij Trouw, Volkskrant en Nederlands Dagblad. Duidelijk is in ieder geval dat de mensen met mooie ideeën en techneuten niet elkaars deur hebben platgelopen.

Ik heb de Groene Bijbel niet gekocht, de Vrouwenbijbel ook niet, en Echtgenoot krijgt straks ook geen Mannenbijbel op zijn verjaardag. Het idee van doelgroepenbijbels staat mij namelijk nogal tegen. Allereerst word je door allerlei uitgelichte teksten en verklarende zaken een bepaalde kant op geduwd, en wel die kant die je toch al wilde maar dan nog wat extra. Terwijl je juist geacht wordt een tegenstem te horen.

Ten tweede mist het hele idee doel. Wees eerlijk, een klimaatontkenner koopt geen Groene Bijbel, een vrouwenhater geen Vrouwenbijbel, en een watje koopt geen Mannenbijbel. De eerlijkheid gebiedt trouwens te zeggen dat ik met name de Mannenbijbel nogal een gotspe vindt. De bijbel is eeuwenlang uitsluitend als mannenbijbel gelezen, dus waar hebben we het over.

Dat gerecyclede papier is toch eigenlijk wel een giller. Stel je voor dat ik mijn oude King James toch aan de bijbelboer had meegegeven, in de verwachting dat hij in snippers in de Groene Bijbel terecht zou komen. En daarna hoor ik dat hij ook in een eierdoos kan zitten, of in een krant, misschien zelfs in de Telegraaf. Ik had het waarschijnlijk beschouwd als een vingerwijzing van Boven: ‘Stel je niet aan’.

Boos, bang en bezorgd

De boze Nederlander, de bange, de bezorgde, de racistische Nederlander, ze zijn sinds 8 november allemaal weer uitgebreid voorbij gekomen. Les 1: de doelgroepenindeling van Nederland is een van de vele gevolgen van het marktdenken.

Nederland is inmiddels zo diep weggezonken in het doelgroepenmoeras dat de geringe reikwijdte van het begrip ‘groep’ nauwelijks wordt onderkend. Het primaat van het economisme heeft er echter voor gezorgd dat mensen zich nauwelijks anders definiëren dan behorend tot een doelgroep: mannen, vrouwen, witte (sic) Nederlanders, jan met de pet, de middenklasse, mensen zonder of met migratie-achtergrond (de autoch- en de allochtoon zijn passé). Terwijl je vaak van allerlei verschillende groepen deel uitmaakt.

Dus laten we eerst vaststellen dat je heel goed in een krachtwijk kunt wonen zonder dat je racist bent en dat je ook een tevreden bijstandsgerechtigde kunt zijn. En dat je een racist kunt zijn met een goede baan, of iemand uit de hoge middenklasse die zich bedreigd voelt zonder dat daar werkelijk reden toe is.

Dat laat onverlet dat er veel bezorgdheid, angst en onrust is in onze samenleving. Het is niet eerlijk dat af te doen als ‘deplorable’, treurig of kortzichtig. Want de middenklasse – en vergis je niet, daar dríjft een samenleving op – is echt aan het inzakken. De middenklasse bestond vroeger uit de postbode, de middenstander, de onderwijzer, de politieagent, kortom uit iedereen die naar het huidige equivalent een mbo- en hbo-niveau had. Mensen met een vaste baan die zich zelf konden redden.
De postbode is vervangen door een flexwerker, de middenstand staat onder druk, de onderwijzer en de politieagent worden bedolven onder de eisen en slecht betaald.

De arbeider van vroeger verdiende in ieder geval het minimumloon en al was het geen vetpot, je kon ervan leven. Maar op de een of andere manier is het minimumloon niet meer genoeg: er zijn allerlei soorten toeslagen nodig om rond te kunnen komen: voor de huur, de kinderen, de opvang van de kinderen, en de zorg. Het zijn niet alleen de mensen met een mager salaris die van toeslagen afhankelijk zijn. In 2011 ontvingen zes miljoen huishoudens zorgtoeslag, gemiddeld rond de 1000 euro per jaar. Het Rijk keerde in 2013 ruim 10,4 miljard euro uit aan inkomensafhankelijke toeslagen voor wonen, zorg en kinderen. Dit is 0,3 miljard euro meer dan een jaar eerder, meldde het CBS.

Toeslagen geven veel mensen weliswaar geld, maar ook een onrustig gevoel. Vul ik die formulieren wel goed in? Waar heb ik eigenlijk allemaal recht op, en hoe kom ik daar achter? En dan is daar nog het eigen risico in de zorg dat met name op minimumniveau als een zwaard van Damocles boven het hoofd hangt. Maar vooral: ik werk fulltime, hoe kan het dat ik daar niet alles gewoon van kan betalen?

Het is inderdaad gek dat wat vroeger van het loon werd betaald, nu door de overheid op het kleed wordt gelegd. Blijkbaar zijn de lonen niet genoeg zijn gestegen, ondanks klaagzangen van het bedrijfsleven. Opvallend dat deze beweging is begonnen met Paars, met zijn jubelverhalen over de markt. Met een toeslagje hier en een miljoentje daar telkens wat gaten repareren, is makkelijker dan bijvoorbeeld het belastingsysteem aanpakken.

Tel daarbij op de continue werkdruk die veel mensen ervaren: de productiviteit moet omhoog, en de kwaliteit natuurlijk ook; er zijn zelfs bedrijven waar je toestemming moet vragen als je naar het toilet wilt, anderen krijgen alleen nog losse contracten. ZZP’ers worden uitgebuit met slecht betaalde opdrachten, flexwerkers verkeren voortdurend in onzekerheid. Ook hier geldt: niet alleen aan de onderkant van de samenleving…

En dan hèb je nog werk… Werklozen, vooral oudere, hebben hun rechten zien verkruimelen, hun WW is ingekort, hun pensioen is uitgesteld. Met de beste redenen wellicht, maar daar heb je niet zo veel aan als je je huis moet verkopen en je een bijstandsuitkering krijgt, met alle vernederingen waarmee dat gepaard kan gaan, de soms botte manier waarop je wordt toegesproken bij het UWV, en met het formulierendoolhof waarin je je weg moet vinden.

Je kinderen moeten lenen als ze gaan studeren, en wel zoveel dat het hen en jou gaat duizelen. Ook voor een beroep waar ze later hooguit modaal gaan verdienen moeten ze minstens duizenden euro’s schuld maken.

Om kort te gaan: veel mensen ervaren verlies van waardigheid omdat ze niet meer in hun onderhoud kunnen voorzien met fulltime werk. Angst dat je alles kwijt kunt raken als je je baan verliest, of als je huwelijk stuk gaat (het tweede inkomen is noodzakelijk!), of als je naar de kansen van je kinderen kijkt. Er is veel verkloot sinds de markt de baas is geworden.

Dat is de ene kant van het verhaal. De andere kant is wat te zien is bij ‘de top’. Bankiers, topbestuurders en aanverwanten die met miljoenen op zak vertrekken als er ergens ‘afscheid van hen wordt genomen’. Die uitdrukking kennen ze zelf vaak ook, maar dan betekent het gewoon ontslag en daarna niks. Een enkele keer volgen parlementaire enquêtes waarin voornoemden duidelijk maken dat alles volgens de regels is gegaan. Maar daar kun je hooguit cynisch van worden.

Deze andere kant stoort ook mensen die zich geen zorgen hoeven te maken. Maar het zal toch verschil maken of je elke morgen met angst in het hart naar de brievenbus loopt omdat daar onverwachte rekeningen in kunnen zitten, of dat je overgaat tot de orde van de dag en nog een goed glas wijn inschenkt voor het slapengaan.

Wat het extra lastig maakt is dat het frame van de markt oppermachtig is. ‘Uw loon kan echt niet omhoog, nou vooruit, een half procentje dan’, zeggen werkgevers, ‘de loonkosten zijn zo hoog!’
‘U kunt geen hypotheek krijgen’, zegt de bank, ook niet als een eigen huis veel lagere maandlasten zou betekenen dan een huurhuis. ‘Dat is tegen de regels.’ En er is een chronisch tekort aan goedkope huurhuizen. Ook in Rotterdam, waar de wethouder het bestaat nog eens 20.000 betaalbare huizen uit de markt te halen.

‘Ik zou er graag iets aan doen maar helaas, daar is geen geld voor’, zeggen politici. Maar bepalen waar je het geld aan uitgeeft, is nu net een van de kenmerken van politiek bedrijven. De marktwerking overal doorvoeren, is een keuze geweest, geen noodlot of natuurwet. Daarom gaat het bijvoorbeeld niet aan te zeggen dat vluchtelingen opvangen ten koste gaat van de laagstbetaalden. Dat is alleen maar zo omdat eerst is bepaald dat de opvang uit dat potje betaald moet worden. Evengoed zou je kunnen stellen dat de opvang van asielzoekers betaald moet worden uit de winst van bedrijven. Dat is ook een keuze, een politieke keuze die evengoed te verdedigen is als een andere.

Bovendien heersen er een paar vervelende ideeën in onze samenleving over werk, en over succes hebben of niet. Mark Rutte heeft het tot vervelens toe over ‘de hardwerkende Nederlander’, en dat zal met de komende verkiezingen eerder toe- dan afnemen. De suggestie is dat het allemaal wel goed komt als je maar hard werkt. Helaas, dat is een misvatting en daar zijn al veel mensen achter gekomen. Dit is de periode waarin de wrange vruchten worden geplukt van het neoliberalisme.

Een ander probleem is dat mensen elkaar niet meer tegenkomen. Niet alleen omdat iedereen met zijn Facebook- en Twitter-account in zijn eigen virtuele bubbel gevangen zit, maar ook omdat mensen elkaar niet meer lijfelijk tegenkomen. Velen kennen hun buren niet eens, laat staan mensen uit een andere wijk. De gelegenheden waar mensen van alle rangen en standen elkaar tegenkwamen, waren de kerk en de kroeg. De kerken lopen leeg, de kroegen zijn aan lifestyleconcepten ten prooi gevallen en hebben allemaal hun eigen doelgroep. Politieke partijen zijn steeds meer doelgroepgericht, op het cliëntelisme af, in plaats van gestoeld op ideeën over een goede samenleving. Dat is er met de PVV en DENK niet beter op geworden.

Afgezien van het economische aspect worden veel mensen zenuwachtig van het culturele ongenoegen. Als Nederland inderdaad niets anders meer is dan markt en geld verdienen, wie ben je dan als je daaraan niet mee kunt doen? En als je je realiseert dat alleen het economische niet je identiteit kan bepalen, waar haal je die dan vandaan? Europa is haar ziel aan het verliezen.

Dat is de tweede grote vraag, naast de economische inrichting van Nederland. Het is het vraagstuk van Europa zelf. Wie zijn wij, wat bepaalt onze identiteit behalve marktwerking en geld verdienen? De mensenrechten, hoor ik vaak. Maar ‘de mensenrechten’ is een veld vol voetangels en klemmen, en ingebed in een cultuur. Mensenrechten zijn een uitvloeisel, geen bron. Dat wordt duidelijk zo gauw je met de Universele (sic) Verklaring in de hand met een ambassadeur spreekt van een land in een ander deel van de wereld. Teruggrijpen op het christendom is een gepasseerd station, in ieder geval voor de grote meerderheid. Christendom, kerk… ging dat niet over bekrompenheid, onderdrukking en misbruik?

Er is ook sprake van rabiaat en onverbloemd racisme. Hoe vaak het voorkomt, blijkt lastig te peilen, maar op de een of andere manier zijn er nog steeds mensen die denken dat de kleur van je huid iets te maken heeft met je hersens. Terwijl dat dan weer niet voor je haarkleur zou gelden, of je kleur ogen. Het woord ‘ras’ zelf is al vreemd. Biologisch gezien bestaan er van de mensen geen rassen. Racisme is niet alleen dom, het is ook kwaadaardig. Discriminatie op andere gronden idem dito. Slecht voor mensen zelf, slecht voor de samenleving.

Het scheelt echter wel een hoop als ons economische systeem goed wordt aangepakt. Laat mensen gewoon genoeg verdienen om daar alles van te kunnen betalen, verander het belastingsysteem, verbiedt bonussen en idioot hoge beloningen. Niet alleen omdat PVV’ers dan een excuus minder hebben, omdat je mensen dan niet hun pad opdrijft, omdat je de voedingsbodem voor haat en onverdraagzaamheid wat minder vruchtbaar maakt. Omdat je er een betere economie van krijgt. Maar ook omdat het gewoon eerlijk is. Dat vooral.

Hillary

Kun je als vrouw Clinton in de steek laten? Deze gewetensvraag stond vandaag in de Volkskrant. Want leg dat maar eens uit als rechtgeaard feminist: voor zover het jou betreft de kans voorbij laten gaan dat de eerste vrouw president wordt van het (nog steeds) machtigste land ter wereld.

Het is een heel goede vraag. En redenen om daar ja op te zeggen zijn er legio. Allereerst is het maar de vraag of vrouwen inderdaad zoveel opschieten met Hillary. Wat heeft een vrouw uit een trailer camp aan een andere vrouw die toespraken houdt voor bankiers en zich daar rijkelijk voor laat betalen? Maar al te gemakkelijk wordt er vanuit gegaan dat vrouwen allemaal dezelfde belangen hebben. Dat was misschien zo in het holentijdperk…

Het is uitsluitend aan Bernie Sanders te danken dat haar programma in ieder geval iets naar links is opgeschoven. Hopelijk blijft de wet betaalbare gezondheidszorg behouden. Het lijkt me vooral slim om op een goede kandidaat te stemmen, en dat is niet per se een vrouwelijke.

Hillary_Clinton_official_Secretary_of_State_portrait_cropErvóór spreekt dat ze een rolmodel kan zijn voor meisjes. Als president dan, niet als trouwe echtgenote (mijn hemel, wat heeft die vrouw zich laten aanleunen!) , niet als pleitbezorger van grote bedrijven.

Een ander feministisch stokpaardje is abortus. Daar zwaai ik af. Ik vind abortus het failliet van de vrouwenbeweging, zeker nu steeds duidelijker wordt dat vrouwen allerlei redenen hebben voor een abortus, zoals geldgebrek en gebrek aan sociale steun, maar dat er lang niet altijd een autonome beslissing aan ten grondslag ligt (indien überhaupt mogelijk).

Een complicerende factor dat je in de VS alleen kunt kiezen tussen (vrijwel) nooit en altijd. De gruwelijke gevolgen die dat heeft, ga ik hier niet beschrijven om me een nachtmerrie te besparen. (Voor wie wel wil: google op partial birth abortion en houd een teiltje bij de hand).

Of Hillary Clinton aardig, sympathiek en empathisch is of niet, interesseert me geen donder. Ik begrijp ook helemaal niet dat die vraag een issue is. Het verwijt dat ze dat niet zou zijn, zeker geuit door Trump-aanhangers, is echt hilarisch. Wie stemt er in vredesnaam op een kandidaat omdat die aardig is?

Dit laat onverlet dat president Donald Trump een grote ramp zal zijn. En als ik Amerikaanse zou zijn, zou ik tandenknarsend op Hillary stemmen. Maar blij word ik niet van Hillary Rodham Clinton, vrouw of niet.

Vennootschapsbelasting

Als de markt koningin is, is het bedrijfsleven koning. En dat merken we. Een lagere vennootschapsbelasting, is de eis van de VVD. Anders, zo waarschuwen ze, gaan de bedrijven naar het buitenland.

ikea-store_678x350Nu ben ik geen econoom maar ik vind het toch een rare redenering. Allereerst kan ik me niet voorstellen dat de enige reden waarom je een bedrijf in een land vestigt, het belastingklimaat is. Dat geldt hooguit voor de Apple’s, de Starbucks en de Ikea’s, die een hoofdkantoor in een land als bijvoorbeeld Nederland plaatsen.

Behalve de bevolking van het hoofdkantoor, brengt dat per saldo niet veel banen met zich mee. De vestigingen zitten immers overal en de belasting die anders daar was betaald, komt heus niet in onze staatskas. Die verdwijnt in de zakken van de aandeelhouders.

Maar wat me vooral irriteert is dat het bedrijfsleven als slachtoffer van belastingpolitiek wordt neergezet. Belasting betalen we allemaal. Dat geld gaat naar onderwijs, naar gezondheidszorg, naar infrastructuur en naar allerhande zaken waar het bedrijfsleven uitgebreid van profiteert. En dan heb ik het nog niet eens over de vrijstellingen, de subsidies en zo meer die het bedrijfsleven van de overheid ontvangt.

Wat heeft een bedrijfsleven aan een bevolking die niet goed is opgeleid en een slechte gezondheid heeft, aan een land waar de wegen slecht zijn en het internet onbetrouwbaar? Of aan een land waar om de haverklap stakingen uitbreken?

En in Nederland mogen ze al helemaal niet klagen. Als je je personeel ontslaat, krijgen ze een uitkering. Wil je ze na een half jaar weer terug dan kan dat, zonder dat ze aan lager wal zijn geraakt omdat er geen geld binnenkwam.

Het enige wat ik me kan bedenken is dat de belasting op arbeid naar beneden gaat ten laste van vermogen. Daar zullen best haken en ogen aan zitten, maar dat geldt voor alles. Daar profiteert niet alleen het bedrijfsleven van maar ook de werknemer. En zo hoort het ook.

En als je dit allemaal niet aanstaat, best bedrijfsleven, dan ga je toch lekker weg? In Bulgarije gooien ze de rode loper voor je uit.

Boerkini

Met het Deense strand vers in het geheugen kan ik wel een beetje sympathie voelen voor voorstanders van de boerkini. Voor misschien wel de helft van de vrouwelijke strandgasten zou de boerkini best een goed alternatief vormen voor de bikini. Een aanzienlijk deel kampt immers met overgewicht en uitgezakte lichaamsdelen.

1920s-suits-_Persoonlijk heb ik mijn laatste bikini na de geboorte van mijn derde kind aan het Leger gedoneerd. Sindsdien draag ik zowel uit gêne als consideratie met mijn omgeving een badpak. Tot mijn grote vreugde vond ik er zelfs een met pijpjes! En ik zou een moord doen voor een badpak in een echt ouderwetse jaren ’30-stijl.

Maar het gaat natuurlijk niet om mooi of niet mooi. Het gaat ook niet om de bedekking op zich, die weinig verschilt van een wetsuit. Het gaat zelfs niet om de persoonlijke vrijheid van vrouwen al dan niet (in publieke gelegenheden) een boerkini te dragen. Naaktzwemmen mag je immers ook niet overal. Het gaat om een botsing van culturen, en om de angst en onzekerheid die daarmee gepaard gaat.

Dit soort zaken oplossen langs de juridische weg is een zwaktebod. Oplossen ja, want een probleem is er wel degelijk. Aan de ene kant zijn er ongetwijfeld meisjes en vrouwen die alleen met een boerkini mogen of willen zwemmen. Aan de andere kant lees ik verhalen over de dwang die ervan uitgaat als de meerderheid van je medeleerlingen op school wèl een hoofddoek draagt. En wat is een boerkini anders dan een hoofddoek in het kwadraat?

Zeker in culturen waar het helemaal niet vanzelf spreekt dat jouw vrijheid eindigt waar die van de ander begint (als is dat geen waterdichte definitie) gaat de vlieger van ‘eigen keuze’ niet op. Evenmin als in onze cultuur trouwens. Mensen zijn grotere kuddedieren dan ze vaak denken.

Persoonlijk vind ik de boerkini een wanproduct, hoe goed de bedoelingen van de ontwerpster ook zijn. En ik ben nu eenmaal allergisch voor kledingvoorschriften.

Het echte probleem ligt uiteindelijk bij de mannen die menen dat ze vrouwen kledingvoorschriften kunnen geven, en bij vrouwen die dat slikken als zoete koek. Merkwaardig is altijd dat die mannen zelf zich aan geen enkel kledingvoorschrift hoeven te houden… Dat levert stuitende taferelen op van mannen in korte broek en luchtig T-shirt met van top tot teen bedekte vrouwen ernaast.

Hoe je ook wendt of keert, kledingvoorschriften gebaseerd op de idee dat vrouwen verantwoordelijk zijn van de lustgevoelens van mannen, en dat vrouwen de eer van de familie vertegenwoordigen. Daarmee wordt de zaak wel heel complex want hoe minder er te zien is, hoe sexyer het wordt, vergelijk de ontblote enkel in de 19e eeuw. De taliban hebben dat goed begrepen. Zij hullen hun vrouwen in een soort eenpersoonstent.

Maar wie weet loopt de discussie toch nog uit op iets moois. Stel dat er meer keuze komt in mooie badkleding zonder religieus etiket zodat je ook met een minder flatteus figuur (of met meer privacy) lekker kunt zwemmen. Badkledingontwerpers aller culturen, verenigt u!

Kassa!

Twee weken Denemarken vergen een paar dagen acclimatiseren. En hoe kan dat beter dan door de tv aan te doen en te gaan kijken? Echtgenoot en ik vielen middenin een aflevering van Kassa.

kassa-e-sigaret-uitzendingHet recept is bekend. Een consument is onrecht aangedaan en het programma komt met camera en al verhaal halen. Dat levert vaak even tenenkrommende als voorspelbare tafereeltjes op.

Akte 1: de consument doet beklag. Het matras vertoont al voor gebruik een kuil, het keukenapparaat hakt, mengt en maalt niet goed. Het zijn vaak stellen die klagen, waarbij de een het woord voert en de ander instemmend knikt.

Akte 2: de consument klaagt maar krijgt geen antwoord of wordt met een kluitje in het riet gestuurd. De belkosten van de ‘servicedienst’ benaderen het tarief van een advocaat, de beloofde garantie blijkt niet te bestaan, of het is allemaal de eigen schuld van de consument.

Akte 3: Kassa komt in actie. Het bedrijf wordt uitgenodigd zich te verdedigen. Dat is vaak zielig: de directeur verslikt zich in communicatiejargon, de communicatiemedewerker communiceert zich steeds dieper in het excuusmoeras of, ultiem middel, het bedrijf vergoedt de schade viervoudig, vrij naar Zacheüs.

Alternatief is dat Kassa naar het bedrijf toegaat. Het lijkt dan net alsof het bedrijf van niets wist maar toevallig heeft de directie al een pasklare oplossing bij de hand: een nieuw bed plús gratis dekbed, een keukenapparaat dat nog net een beetje meer doet en ook kneedt, klopt en zaagt.

Hilarische tv is het. De grootbedrijven redden zich er vaak wel mee maar het MKB gaat onherroepelijk nat. De meeste mensen hebben namelijk de neiging net wat mooier te praten dan ze eigenlijk kunnen. Maar fraaie volzinnen produceren is niet voor iedereen weggelegd.

Daar komt bij dat er soms mensen hun beklag doen van wie je denkt: ik vind het niet zo erg dat je een fiets geleverd krijgt waarvan het zadel los bleek te zitten. Of dat je vakantie een beetje tegenviel omdat er geen warm water uit de kraan kwam. Sterker nog, eigenlijk vind ik dat wel leuk. Wat een verwende krengen zijn er bij….

Soms gaat mijn verbeelding met mij op de loop. Dan stel ik me voor dat de klant geen genoegen neemt met het gebodene. Of dat het bedrijf helemaal in de overdrive gaat in hun poging de schade te herstellen.

“Het spijt ons bijzonder dat u het slachtoffer bent geworden van een fout onzerzijds. Uw matras was inderdaad niet van de kwaliteit die wij gewend zijn te leveren en daarom krijgt u van ons een volledig verzorgde cruise aangeboden. En u meneer, u mag een hele nacht lang uw nieuwe bed delen met de maîtresse van de baas.”

En als dat niet genoeg is: “U bent inderdaad onheus bejegend door een van onze medewerkers. Hij wordt vanmiddag standrechtelijk geëxecuteerd. Mevrouw mag zelf de trekker overhalen en daarna een nieuwe keukenmachine uitzoeken.”