Boos, bang en bezorgd

De boze Nederlander, de bange, de bezorgde, de racistische Nederlander, ze zijn sinds 8 november allemaal weer uitgebreid voorbij gekomen. Les 1: de doelgroepenindeling van Nederland is een van de vele gevolgen van het marktdenken.

Nederland is inmiddels zo diep weggezonken in het doelgroepenmoeras dat de geringe reikwijdte van het begrip ‘groep’ nauwelijks wordt onderkend. Het primaat van het economisme heeft er echter voor gezorgd dat mensen zich nauwelijks anders definiëren dan behorend tot een doelgroep: mannen, vrouwen, witte (sic) Nederlanders, jan met de pet, de middenklasse, mensen zonder of met migratie-achtergrond (de autoch- en de allochtoon zijn passé). Terwijl je vaak van allerlei verschillende groepen deel uitmaakt.

Dus laten we eerst vaststellen dat je heel goed in een krachtwijk kunt wonen zonder dat je racist bent en dat je ook een tevreden bijstandsgerechtigde kunt zijn. En dat je een racist kunt zijn met een goede baan, of iemand uit de hoge middenklasse die zich bedreigd voelt zonder dat daar werkelijk reden toe is.

Dat laat onverlet dat er veel bezorgdheid, angst en onrust is in onze samenleving. Het is niet eerlijk dat af te doen als ‘deplorable’, treurig of kortzichtig. Want de middenklasse – en vergis je niet, daar dríjft een samenleving op – is echt aan het inzakken. De middenklasse bestond vroeger uit de postbode, de middenstander, de onderwijzer, de politieagent, kortom uit iedereen die naar het huidige equivalent een mbo- en hbo-niveau had. Mensen met een vaste baan die zich zelf konden redden.
De postbode is vervangen door een flexwerker, de middenstand staat onder druk, de onderwijzer en de politieagent worden bedolven onder de eisen en slecht betaald.

De arbeider van vroeger verdiende in ieder geval het minimumloon en al was het geen vetpot, je kon ervan leven. Maar op de een of andere manier is het minimumloon niet meer genoeg: er zijn allerlei soorten toeslagen nodig om rond te kunnen komen: voor de huur, de kinderen, de opvang van de kinderen, en de zorg. Het zijn niet alleen de mensen met een mager salaris die van toeslagen afhankelijk zijn. In 2011 ontvingen zes miljoen huishoudens zorgtoeslag, gemiddeld rond de 1000 euro per jaar. Het Rijk keerde in 2013 ruim 10,4 miljard euro uit aan inkomensafhankelijke toeslagen voor wonen, zorg en kinderen. Dit is 0,3 miljard euro meer dan een jaar eerder, meldde het CBS.

Toeslagen geven veel mensen weliswaar geld, maar ook een onrustig gevoel. Vul ik die formulieren wel goed in? Waar heb ik eigenlijk allemaal recht op, en hoe kom ik daar achter? En dan is daar nog het eigen risico in de zorg dat met name op minimumniveau als een zwaard van Damocles boven het hoofd hangt. Maar vooral: ik werk fulltime, hoe kan het dat ik daar niet alles gewoon van kan betalen?

Het is inderdaad gek dat wat vroeger van het loon werd betaald, nu door de overheid op het kleed wordt gelegd. Blijkbaar zijn de lonen niet genoeg zijn gestegen, ondanks klaagzangen van het bedrijfsleven. Opvallend dat deze beweging is begonnen met Paars, met zijn jubelverhalen over de markt. Met een toeslagje hier en een miljoentje daar telkens wat gaten repareren, is makkelijker dan bijvoorbeeld het belastingsysteem aanpakken.

Tel daarbij op de continue werkdruk die veel mensen ervaren: de productiviteit moet omhoog, en de kwaliteit natuurlijk ook; er zijn zelfs bedrijven waar je toestemming moet vragen als je naar het toilet wilt, anderen krijgen alleen nog losse contracten. ZZP’ers worden uitgebuit met slecht betaalde opdrachten, flexwerkers verkeren voortdurend in onzekerheid. Ook hier geldt: niet alleen aan de onderkant van de samenleving…

En dan hèb je nog werk… Werklozen, vooral oudere, hebben hun rechten zien verkruimelen, hun WW is ingekort, hun pensioen is uitgesteld. Met de beste redenen wellicht, maar daar heb je niet zo veel aan als je je huis moet verkopen en je een bijstandsuitkering krijgt, met alle vernederingen waarmee dat gepaard kan gaan, de soms botte manier waarop je wordt toegesproken bij het UWV, en met het formulierendoolhof waarin je je weg moet vinden.

Je kinderen moeten lenen als ze gaan studeren, en wel zoveel dat het hen en jou gaat duizelen. Ook voor een beroep waar ze later hooguit modaal gaan verdienen moeten ze minstens duizenden euro’s schuld maken.

Om kort te gaan: veel mensen ervaren verlies van waardigheid omdat ze niet meer in hun onderhoud kunnen voorzien met fulltime werk. Angst dat je alles kwijt kunt raken als je je baan verliest, of als je huwelijk stuk gaat (het tweede inkomen is noodzakelijk!), of als je naar de kansen van je kinderen kijkt. Er is veel verkloot sinds de markt de baas is geworden.

Dat is de ene kant van het verhaal. De andere kant is wat te zien is bij ‘de top’. Bankiers, topbestuurders en aanverwanten die met miljoenen op zak vertrekken als er ergens ‘afscheid van hen wordt genomen’. Die uitdrukking kennen ze zelf vaak ook, maar dan betekent het gewoon ontslag en daarna niks. Een enkele keer volgen parlementaire enquêtes waarin voornoemden duidelijk maken dat alles volgens de regels is gegaan. Maar daar kun je hooguit cynisch van worden.

Deze andere kant stoort ook mensen die zich geen zorgen hoeven te maken. Maar het zal toch verschil maken of je elke morgen met angst in het hart naar de brievenbus loopt omdat daar onverwachte rekeningen in kunnen zitten, of dat je overgaat tot de orde van de dag en nog een goed glas wijn inschenkt voor het slapengaan.

Wat het extra lastig maakt is dat het frame van de markt oppermachtig is. ‘Uw loon kan echt niet omhoog, nou vooruit, een half procentje dan’, zeggen werkgevers, ‘de loonkosten zijn zo hoog!’
‘U kunt geen hypotheek krijgen’, zegt de bank, ook niet als een eigen huis veel lagere maandlasten zou betekenen dan een huurhuis. ‘Dat is tegen de regels.’ En er is een chronisch tekort aan goedkope huurhuizen. Ook in Rotterdam, waar de wethouder het bestaat nog eens 20.000 betaalbare huizen uit de markt te halen.

‘Ik zou er graag iets aan doen maar helaas, daar is geen geld voor’, zeggen politici. Maar bepalen waar je het geld aan uitgeeft, is nu net een van de kenmerken van politiek bedrijven. De marktwerking overal doorvoeren, is een keuze geweest, geen noodlot of natuurwet. Daarom gaat het bijvoorbeeld niet aan te zeggen dat vluchtelingen opvangen ten koste gaat van de laagstbetaalden. Dat is alleen maar zo omdat eerst is bepaald dat de opvang uit dat potje betaald moet worden. Evengoed zou je kunnen stellen dat de opvang van asielzoekers betaald moet worden uit de winst van bedrijven. Dat is ook een keuze, een politieke keuze die evengoed te verdedigen is als een andere.

Bovendien heersen er een paar vervelende ideeën in onze samenleving over werk, en over succes hebben of niet. Mark Rutte heeft het tot vervelens toe over ‘de hardwerkende Nederlander’, en dat zal met de komende verkiezingen eerder toe- dan afnemen. De suggestie is dat het allemaal wel goed komt als je maar hard werkt. Helaas, dat is een misvatting en daar zijn al veel mensen achter gekomen. Dit is de periode waarin de wrange vruchten worden geplukt van het neoliberalisme.

Een ander probleem is dat mensen elkaar niet meer tegenkomen. Niet alleen omdat iedereen met zijn Facebook- en Twitter-account in zijn eigen virtuele bubbel gevangen zit, maar ook omdat mensen elkaar niet meer lijfelijk tegenkomen. Velen kennen hun buren niet eens, laat staan mensen uit een andere wijk. De gelegenheden waar mensen van alle rangen en standen elkaar tegenkwamen, waren de kerk en de kroeg. De kerken lopen leeg, de kroegen zijn aan lifestyleconcepten ten prooi gevallen en hebben allemaal hun eigen doelgroep. Politieke partijen zijn steeds meer doelgroepgericht, op het cliëntelisme af, in plaats van gestoeld op ideeën over een goede samenleving. Dat is er met de PVV en DENK niet beter op geworden.

Afgezien van het economische aspect worden veel mensen zenuwachtig van het culturele ongenoegen. Als Nederland inderdaad niets anders meer is dan markt en geld verdienen, wie ben je dan als je daaraan niet mee kunt doen? En als je je realiseert dat alleen het economische niet je identiteit kan bepalen, waar haal je die dan vandaan? Europa is haar ziel aan het verliezen.

Dat is de tweede grote vraag, naast de economische inrichting van Nederland. Het is het vraagstuk van Europa zelf. Wie zijn wij, wat bepaalt onze identiteit behalve marktwerking en geld verdienen? De mensenrechten, hoor ik vaak. Maar ‘de mensenrechten’ is een veld vol voetangels en klemmen, en ingebed in een cultuur. Mensenrechten zijn een uitvloeisel, geen bron. Dat wordt duidelijk zo gauw je met de Universele (sic) Verklaring in de hand met een ambassadeur spreekt van een land in een ander deel van de wereld. Teruggrijpen op het christendom is een gepasseerd station, in ieder geval voor de grote meerderheid. Christendom, kerk… ging dat niet over bekrompenheid, onderdrukking en misbruik?

Er is ook sprake van rabiaat en onverbloemd racisme. Hoe vaak het voorkomt, blijkt lastig te peilen, maar op de een of andere manier zijn er nog steeds mensen die denken dat de kleur van je huid iets te maken heeft met je hersens. Terwijl dat dan weer niet voor je haarkleur zou gelden, of je kleur ogen. Het woord ‘ras’ zelf is al vreemd. Biologisch gezien bestaan er van de mensen geen rassen. Racisme is niet alleen dom, het is ook kwaadaardig. Discriminatie op andere gronden idem dito. Slecht voor mensen zelf, slecht voor de samenleving.

Het scheelt echter wel een hoop als ons economische systeem goed wordt aangepakt. Laat mensen gewoon genoeg verdienen om daar alles van te kunnen betalen, verander het belastingsysteem, verbiedt bonussen en idioot hoge beloningen. Niet alleen omdat PVV’ers dan een excuus minder hebben, omdat je mensen dan niet hun pad opdrijft, omdat je de voedingsbodem voor haat en onverdraagzaamheid wat minder vruchtbaar maakt. Omdat je er een betere economie van krijgt. Maar ook omdat het gewoon eerlijk is. Dat vooral.