Vermoeiende feminist

Ik ben een vermoeiende feminist. Althans, dat maak ik op uit de woorden van Mona Keijzer, de CDA-dame die een column heeft in het Nederlands Dagblad. Ik maak mij namelijk druk om roze speelgoedstrijkijzertjes voor meisjes en blauwe speelgoedautootjes voor jongens. Mevrouw Keizer heeft namelijk alleen zoons en die speelden altijd alleen met jongensspeelgoed. Dat is pure casuïstiek maar vooruit, in een column mag het.

Het vreemde is wel dat Keijzer even verderop in haar column schrijft dat het er wel degelijk toe doet wat jongens en meisjes qua rolmodellen voorgeschoteld krijgen. En vervolgens dat het jammer is als – om maar iets te noemen – slechts dertig procent van de talkshowgasten vrouw is.

Ik zou zeggen: je moet ergens beginnen. En waarom dan niet meteen bij het begin, bij het speelgoed? Laat het zo zijn dat 80 procent van de jongens liever met auto’s speelt en hetzelfde percentage meisjes liever met poppen. Is dat alleen aanleg of speelt de omgeving een rol? Minstens beide, lijkt me.

ivanhoe_1Heel lang geleden was ik zelf een meisje. En ik speelde niet met poppen, ik had geen idee wat ermee te doen. Ik speelde wel graag met auto’s, blokken en LEGO. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik ook regelmatig uit de zandbak werd bevrijd door een vriendje in ridderkostuum. Maar het waren dan ook de jaren zestig en Ivanhoe (hij ruste in vrede) was op de televisie.

En over Zoons gesproken, ik heb er ook vijf, net als Mona Keijzer. Inderdaad, eentje schuimde de rommelmarkten af op zoek naar barbiepoppen. Om ze vervolgens aan vuurwerk vast te binden en ze te lanceren. Maar ik had er ook een die uren kon spelen met een serviesje en mij de hele dag door imaginaire kopjes koffie schonk.

Als je inderdaad graag een samenleving wilt die meisjes en vrouwen uitnodigt hun talenten te gebruiken, zoals Keijzer schrijft, dan zet je ze niet vanaf dag 1 op een verkeerd spoor met dociel speelgoed.