Deense mores


Denemarken leek lange tijd een soort socialistisch Lego-paradijs. Nergens was de gelijkheid tot zo grote hoogte gestegen. Maar twee jaar geleden kwamen we tijdens onze vakantie in een lange file terecht voor de Duits-Deense grens. Reden: controle. We zagen dat alleen binnenkomers met een donkere huidskleur naar de kant werden gehaald en een plaatsvervangend schaamrood bedekte onze kaken. Daar stond weer een Indiër zijn hele kofferbak leeg te halen… de bagage stond op de stoeptegels.

Denemarken heeft pas vanaf de jaren ‘90 te maken met immigranten, en zoals het een Scandinavisch land betaamt werd het beleid aanvankelijk gestempeld door de tweeling vrijheid-blijheid. Of zoals critici zeggen, onverschilligheid verpakt in tolerantie. Hoe het ook zij, those days are over.

Begin maart berichtte de NRC al over ingrijpende plannen van de centrumrechtse Deense regering, en gisteravond bleek de NOS het ook te hebben opgepakt. De Denen willen af van de achterstandswijken, voornamelijk bevolkt door van oorsprong niet-Denen, alle kinderen moeten goed Deens speken door ze verplicht naar voorschoolse opvang te sturen, vanaf één jaar. De grootste verrassing: de sociaaldemocraten, de grootste oppositiepartij, zijn enthousiast over de plannen. Eerlijk is eerlijk, het plan heeft ouderwets sociaaldemocratische trekjes, met een grootse aanpak en een flinke dosis staatsdwang. Je zou het ook totalitair kunnen noemen…

Waarom zijn ook de sociaal-democraten zo enthousiast? Er lijken zowel electorale als sociale redenen ten grondslag aan te liggen. De sociaaldemocraten hebben veel terrein verloren aan de rechts-populistische Deense Volkspartij, en de vooruitzichten zijn zeker zo somber. Kwestie van knopen tellen. Maar sociale redenen zijn er ook. Volgens premier Lars Løkke Rasmussen zijn er parallelle samenlevingen ontstaan: Deense en voorzichtig zo genoemde ‘niet-westerse’ samenlevingen. Dat is – zeker op langere termijn – een bedreiging voor e hele maatschappij.

Een uitzending van Zembla onthulde november 2016 al dat de problemen in die parallelle samenlevingen inderdaad groot kunnen zijn, om niet te zeggen: behoorlijk eng. Ben je geslagen en verkracht door je man? Dan mag je niet naar de politie. Willen je kinderen niet bidden? Sla ze maar. Wij gaan hier onze eigen gang, wilde de imam maar zeggen, knappe jongen die ons tegenhoudt. Toch opvallend hoe altijd weer vrouwen en kinderen het slachtoffer zijn.

Misschien zijn de Denen wel op tijd. In Kopenhagen en Arhus liep het pas afgelopen zomer uit de hand, toen rivaliserende bendes uit achterstandsbuurten in Kopenhagen elkaar te lijf gingen. Het is nog lang geen Londen of Parijs. Maar zover willen de Denen het dan ook niet laten komen.

Denemarken kan een voorbeeldland worden, een gidsland. Maar dan zijn er nog wel een paar dingen die aandacht verdienen. In het item van de NOS hoorde ik een aantal keer “onze normen en waarden” voorbij komen. Maar wat die normen en waarden zijn, werd niet duidelijk. Ingrijpen als kinderen de taal niet goed leren, kan ik nog begrijpen. Maar ‘onze normen en waarden’ gaat verder dan de taal. Wie durft het aan die concreet te formuleren? Na ‘vrijheid’ en ‘democratie’ – nog afgezien van de invulling daarvan – begint de onenigheid vaak al.

Daarnaast zijn de plannen erg gericht op dwang. Dat je daar niet altijd aan ontkomt, snap ik, maar er moet ook een wenkend perspectief zijn. Echt meedoen in een land betekent ook voor vol worden aangezien, onafhankelijk van je godsdienst of je kleur. En dat vereist een goede anti-discriminatiewetgeving. Wie weet kan Denemarken nu eens een tijdje gidsland zijn. Wij zijn het al lang niet meer.