“REIβVERSLUSS!!”

Het enige wat ik op Duitsland tegen heb, is dat het tussen Nederland en Denemarken ligt. Ik vind het prima dat Duitsland bestaat, maar er doorheen rijden is een drama, met name bij Bremen en Hamburg.

Al vanaf 1971, de eerste keer dat ik samen met ouders en broertjes op vakantie ging naar Denemarken, bleek Duitsland een obstakel van formaat. De stad Hamburg was de nachtmerrie van mijn vader want de snelweg was nog niet uitgevonden. De kunst was het centrum van de stad te vermijden, wat niet altijd lukte. Een verkeerde afslag was zo genomen, en zie er dan nog maar eens uit te komen. Zwetend zat hij achter het stuur, mijn moeder nagelbijtend en aanwijzingen gevend ernaast, de kaart op schoot.

Toegegeven, dat is een stuk verbeterd. Tegenwoordig rijd je royaal om de stad heen. Maar om de een of andere reden is het nooit klaar, al die wegenbouw. Ik weet niet hoe die Duitsers het doen, maar elke zomer als Echtgenoot en ik naar Denemarken rijden, komen we minstens zeven punten voorbij waar mensen aan het werk zijn, en altijd is het bij Bremen en Hamburg. Met graafmachines, asfaltschrapers, vrachtwagens die af en aan rijden, gele strepen op de weg, en borden, heel veel borden met aanwijzingen.

Een van die aanwijzingen is dat je bij een wegversmalling moet ritsen: een Reißverschluss. Nu wist ik nog niet dat ritsen zo heette in het Duits, totdat een boze Duitser die achter het stuur van een grote auto zat (waarom hebben Duitsers toch altijd van die grote auto’s?) mij het woord woest in het gezicht slingerde, een beetje krijsend zoals Duitsers dat kunnen: “REIβVERSLUSS!!” Het woord leent zich goed voor krijsen, trouwens.

Er zaten nog een vrouw en twee kinderen in zijn grote auto, die bovendien tot de nok was volgepakt met vakantiespullen. Misschien moest hij nog wel heel ver, en had hij ook nog op een partij gestemd die beloofd had een einde te maken aan de eeuwige verkeersopstoppingen rond zijn stad maar had die partij het niet gehaald. Wellicht ook had hij al drie keer op rij moeten wachten omdat andere auto’s hem er niet tussen lieten. Je weet het niet.

Toch bleef zijn “Reißverschluss”-kreet hangen. Elke keer als er weer eens geritst moest worden, kreeg ik de aanvechting het autoraampje omlaag te laten zoeven en dan op hoge toon “REIβVERSLUSS!!” te krijsen. Bij voorkeur tegen een BMW, een Audi of een Mercedes.

Die verleiding bleef tot wij opeens de grens met Denemarken overgingen. Nou ja, opeens is wat veel gezegd want de Denen controleren weer bij de grensovergang (lees: kijken even in de auto) en dat betekende de zoveelste file. Na die ergernis reden we een relaxt en Reißverschluss-vrij land binnen. Heerlijk.