Kamerplant

De zomer is voorbij, in ieder geval in mijn hoofd. Het wordt dan wel 24 graden dit weekend, maar wat de temperatuur van plan is, zal me worst wezen. Het is dit weekend september en daar heeft het weer zich maar aan te houden.

Zoals altijd in deze tijd van het jaar bekommer ik me weer wat meer om het interieur van het huis. Zo heb ik vanmorgen eigenhandig prullaria afgestoft en de open kast anders ingedeeld. Voor sommige mensen is dat een wekelijkse klus, bij mij vindt dat hooguit tweemaal per jaar plaats.

De aanleiding is vaak het bezoek aan vrienden. Wat is het daar toch gezellig, en wat is het bij mij toch saai. Ondanks bezweringen hunnerzijds dat dit geenszins het geval is, bleef ik twijfelen. Het is te kaal, besloot ik. Er moet iets levends bij, iets kleurigs. Toen viel het kwartje. Een kamerplant!

Op naar een grote plantenfirma, dus. Maar dat had ik beter niet kunnen doen. Sinds ik in de jaren ’90 afscheid nam van het fenomeen kamerplant is er vrijwel niets veranderd. Er zijn nog steeds van die palmbomen te koop, varens, azalea’s, cyclamen, aronskelken en – de heks onder de kamerplanten – sansevieria’s.

Azalea’s en cyclamen herinneren me aan de diepe treurnis van de interieurs uit de jaren ’70. Aronskelken doen me aan begrafenissen denken en palmbomen vind ik zielig want die horen aan het strand te staan. Toppunt van kamerplantenellende is overigens de kamerden, daar word ik altijd erg verdrietig van. Varens zijn op zich nog wel leuk, maar die gaan bij mij het snelste dood van allemaal. Aan de sansevieria wijd ik hier verder geen woorden, vrouwentongen heten ze ook wel. I rest my case.

Op dit moment heb ik nog maar één kamerplant in mijn bezit: een lidcactus die weigert te sterven. Soms vergeet ik weken achtereen om hem water te geven maar de enige reactie is knopvorming. Dat is dan wel weer leuk.

Verder heb ik een plantje waarvan ik dacht dat er eetbare vruchtjes aan kwamen. Quod non. En een hortensiaatje dat ik vorig jaar na de bloei buiten had gezet en die dit voorjaar gewoon weer ging bloeien. En dat doet hij nog steeds.

Eigenlijk is het de goden verzoeken als ik een kamerplant koop. De kans dat ik over zes weken nog steeds een kamerplant heb, is vrij klein, weet ik uit ervaring. Nu ben ik dus op zoek naar een kamerplant die mij niet doet herinneren aan de jaren ’70, die niet overduidelijk staat te smachten naar de plek waar hij thuishoort, die er niet uitziet alsof hij mij elk moment kan aanvallen, en die oer- en oersterk is. Tips welkom!