Kerst voor neoliberalen en ander volk

‘Vorige week kwam er een stel, nogal armoedig gekleed, vragen of ik nog plaats had in mijn hotel. In verband met dat belastingregister van de keizer. Zij was hoogzwanger. Nou, ik zag de bui al hangen…
“Geen sprake van,” zei ik, “wegwezen! Straks wordt dat kind hier in de zaak geboren, dat kan ik niet hebben, dat gaat me klanten kosten.”
Híj protesteert nog maar ik ben onvermurwbaar.
En laat ik goed gegokt hebben! Later hoorde ik dat ze inderdaad die nacht een kind heeft gekregen. Nog met allemaal toestanden eromheen trouwens, met herders die engelen hadden horen zingen en drie astrologen uit het buitenland die dure kraamcadeaus hadden meegenomen.
En dan dat verhaal over die bijzondere ster, het is één grote reclamestunt volgens mij, al heb ik geen idee waarvoor. Goddank heb ik mijn zakeninstinct, dat heeft me nog nooit in de steek gelaten. Wat zou ik zonder moeten!’

***

‘Ik wilde net een lam uit de struiken halen toen ik een fel licht zag. Geen idee waar het vandaan kwam maar ik heb mijn ogen stijf dicht gedaan en ben op de grond gaan zitten, met de handen voor mijn oren.
Toen ik weer naar mijn maten ging, hingen ze een onsamenhangend verhaal op over engelen, een kind en een voerbak. Dat ze er meteen heen gingen. En of ik mee ging.
Ja, daag! Dat kan natuurlijk niet, hè. Engelen heb ik nog nooit van mijn leven gezien en wat je niet kunt bewijzen, bestaat niet.
Dus zij gingen op stap en ik bleef bij de schapen. Ik loop niet zomaar bij mijn werk weg, ik ga echt niet mijn bonus op het spel zetten.
Ze kwamen helemaal hoteldebotel weer terug en zeiden dat het verhaal helemaal klopte. Malloten.’

Voor hotelhouders, herders, gelovigen, ongelovigen en twijfelaars:

Een jaar vol heil en zegen gewenst!

Ik geloof in de NCRV

Ook omroepen ontsnappen niet aan reclame maken voor zichzelf. In de barre strijd met ‘de commerciëlen’ wordt immers geen middel onbeproefd gelaten. Topsalarissen voor presentatoren bijvoorbeeld, want anders gaan ze weg. En vreselijke programma’s als Op zoek naar Zorro.
Maar reclame maken voor jezelf is niet altijd makkelijk.

Neem de NCRV. De C staat officieel nog altijd voor christelijk maar teveel aan God refereren is lastig. God is nu meer het terrein van de EO. Maar wacht, zullen de reclamemensen hebben gedacht, geloven is er ook nog. Dat woord roept de sfeer op van ‘iets met God’ maar is tegelijkertijd voldoende vaag hem er niet meteen bij te hoeven halen.

En dus kunnen wij regelmatig genieten van vier gezichten die allemaal ‘ik geloof’ zeggen. Waarin blijft onduidelijk tot het laatste gezicht aan de beurt is. Het is een mevrouw van een jaar of vijftig en ik krijg altijd koude rillingen van haar. Ze lijkt me een welzijnswerker die in haar vrije tijd ook nog nuttige dingen doet en GroenLinks stemt of SP.

Ze heeft haar haar geverfd in de veronderstelling dat ze er dan wat jonger uitziet, wat overigens niet het geval is, en ik vermoed dat ze wijde kleren draagt die licht overgewicht moeten verdoezelen. Het is het type dat je vroeger uitsluitend in biologisch-dynamische winkels tegenkwam en die het stiekem best met zichzelf getroffen hebben.

“Ik geloof in mensen,” zegt ze en trekt daar een net iets te voldaan gezicht bij. In mensen geloven, daar kun je alle kanten mee op maar het klinkt goed en je kunt er niets lelijks van zeggen.
Het warme bad van de NCRV. Jammer dat het zo ondiep is.