(Ex)-vrijgemaakt

Ethicus Douma verlaat vrijgemaakte kerken, stond in het Nederlands Dagblad van zaterdag. Dat kwam, ondanks dat Douma zijn bezwaren tegen de koers van de GKv niet onder stoelen of banken stak, voor veel kerkgenoten waarschijnlijk toch hard aan.

Dat zou vroeger anders zijn gegaan. In het ND van 25 jaar geleden had dan gestaan: dr. J. Douma verlaat de Gereformeerde kerken. Mèt hoofdletter en zonder de toevoeging vrijgemaakt. Want zoals elk vrijgemaakt kind op de gereformeerde school leerde: gereformeerd wàs vrijgemaakt, en omgekeerd. Ook had het minstens op de voorpagina gestaan, maar dat kan maandag nog altijd, getuige het tijdstip van plaatsing op internet.

boekenkast 2In de tijd dat ik lid was van een der(!) vrijgemaakte kerken, was boekjes schrijven de grote hobby van de gemiddelde dominee. Die boekjes werden dan besproken in de kerkelijke pers met als gebruikelijke uitkomst: ‘we hebben hierin weer een rijk boekje mogen ontvangen’. Er waren vrijgemaakten die een aparte boekenkast hadden gereserveerd voor dit soort werkjes, al dan niet in serie uitgegeven.

Ik ken zelf dr. J. Douma (ik weet pas sinds enkele jaren dat hij Jochem heet) vooral van zijn boekjes over allerhande ethische onderwerpen. Die van Douma waren voor die tijd best te pruimen. Hij was geen scherpslijper naar de begrippen van toen. Je kreeg niet het idee dat de hellepoorten al wijd voor je open stonden als je het niet met hem eens was. Dat was vaak wel anders.

Toch opvallend dat juist iemand die geen scherpslijper was, vanwege zaken als ‘de vrouw in het ambt’ (daar heb je hem weer!) nu vertrekt. Het lijkt een beetje op de wet van de remmende voorsprong. Sommige uitgesproken standpunten blijken op een goed moment echt onhoudbaar, van mening veranderen is dan onvermijdelijk. Langzaam opschuiven van ‘links’ naar ‘rechts’ gaat veel geruislozer.

Het heeft ook wel iets standvastigs. Maar ook die op zichzelf bewonderenswaardige eigenschap kan een valkuil worden.

Kerk 2

De zondagse eredienst mag zich onder het kerkvolk altijd in een grote belangstelling verheugen. Niet qua bezoekersaantallen helaas, maar wel qua inhoud. Gek eigenlijk, want kerk is natuurlijk veel meer dan dat ene uurtje op zondagmorgen.

Serieus werk maken van het volgen van Jezus vraagt dan ook om meer dan (kerkelijke) consumenten. De huidige crisis rond de eredienst is misschien wel exemplarisch voor het gebrek aan discipelschap.

Een paar zaken maken het lastig dat discipelschap concreet vorm te geven. Allereerst is daar de grootte van de gemeente. Op papier bestaat die vaak uit honderden zo niet nog meer leden, in de praktijk is er maar een fractie van die hoeveelheid daadwerkelijk betrokken. De officiële organisatie van de kerk hangt echter aan de papieren leden.

Nu hebben we tegenwoordig één geluk: ontkerkelijking! Ontkerkelijking is grote schoonmaak. Leden die alleen staan ingeschreven omdat hun bejaarde ouders naar de kerk gaan, leden die automatisch worden overgeschreven als ze verhuizen, leden die soms zelfs niet eens weten dàt ze lid zijn. Daar maak je geen discipelen mee.

14 Rijsenhout, kerkKerkrentmeesters zullen van dit verhaal waarschijnlijk rode vlekken in de nek krijgen. Maar de tijd van het instituut is bijna voorbij. Christen word je tegenwoordig omdat je volgeling van Jezus wilt zijn, niet omdat je per ongeluk in een register staat en dientengevolge eens per jaar een enveloppe krijgt met een girokaart erin.

Christenen nieuwe stijl (of eigenlijk oude stijl) kennen en helpen elkaar, interesseren zich voor elkaar. Die zien elkaar niet alleen op zondag, laat staan dat ze denken dat zich voornamelijk daar het gemeenteleven afspeelt. Christen zijn is iets van je hele leven.

Wil de kerk blijven voortbestaan en het goede uit de traditie behouden, dan zal ze zich indringend moeten bezinnen op diezelfde traditie, en zich ontdoen van alle aanslibsel uit de afgelopen eeuwen.

Kerk

Waarom ga jij eigenlijk naar de kerk, vroeg een van mijn Zoons laatst. Dat was een goeie vraag. Natuurlijk ben ik bekend met alle antwoorden die in theologisch verantwoorde boekjes staan, en een aantal van die antwoorden kan ik op mijn beste momenten ook wel onderschrijven. Maar daar vroeg hij niet naar.

Natuurlijk is de gemeente van God bepaald niet ideaal, maar wel noodzakelijk. Wie niet naar de kerk gaat, heeft een grote kans na een paar jaar het geloof te hebben verloren. Als je je geloof niet kwijt wilt, kun je dus het beste maar naar de kerk blijven gaan. In de kerk ontmoet je medechristenen die jou kunnen helpen met je geloof, en omgekeerd. En met wie je soms nog goede vrienden kunt worden ook.

Soms ja, want de kerk is geen verzameling gelijkgestemden of mensen die in dezelfde maatschappelijke categorie horen. Je komt er dus ook mensen tegen die je niet begrijpt of die niet tot jouw peergroup behoren. Uiteindelijk is dat juist heel nuttig.

Dat heb ik dan ook geantwoord. Maar daar bleef het niet bij want dat zou niet eerlijk zijn. Zoon heeft recht op de hele waarheid, niet de halve.
KerkdienstWie op een gemiddelde zondag een gemiddelde kerk bezoekt, heeft een meer dan gemiddelde kans terecht te komen in een jaren ’50-setting. Met een dominee op de kansel, een gemeente die liederen zingt uit een ver verleden en met een aantal gewoontes die op zijn zachtst gezegd wat gedateerd aandoen. Geen omgeving waarin je de boodschap adequaat overbrengt.

Het gemiddelde kerklid kijkt je glazig aan als je probeert dit uit te leggen en reageert vervolgens in menig geval verontwaardigd omdat hij of zij zich persoonlijk aangevallen voelt. ‘De kerk, dat ben ik’, is, met een variant op Lodewijk XIV, een veelvoorkomend misverstand.

Het lijkt er op dat sommige kerken vergeten zijn waartoe zijn zich op aarde bevinden: niet om het trouwe kerkvolk te gerieven, of om wekelijks een tijdreisje naar vroeger te maken.

De kerk is een verzameling mensen die elkaar helpen Jezus te volgen, en samen de wereld om hen heen te dienen. Niets meer en niets minder. Het zou daarom goed zijn als het een deel van die kerk niet zo moeilijk wordt gemaakt naar de kerk te blijven gaan.

Maar de vraag van Zoon is ook de halve waarheid. Een kerk die serieus werk maakt van het volgen van Jezus doet dat niet alleen op zondagmorgen. Maar dat is het onderwerp van het volgende blog.

Discipel

Al een tijdje zingt het woord ‘discipel‘ rond in christelijke kring. Toen ik nog voorgelezen werd uit de kinderbijbel was een discipel een man in een lange jurk die wat rondliep in een korenveld of op het gras zat en devoot omhoog keek. Dat beeld ben ik nooit meer helemaal kwijtgeraakt.

Er is meer aangetast door beeldvorming en dat is de schuld van de plaatjes in de kinderbijbel. Jarenlang sprong mij bij de naam Jezus onmiddellijk een man in gedachten die zo leek weggelopen uit een wasmiddelenreclame of uit de kapperswereld. Een keurige, blonde Jezus met blauwe ogen. Zeer onwaarschijnlijk, weet ik nu.

Is het daarom dat ik de huidige christelijke rage rond discipelschap niet heel serieus kan nemen? Terwijl ik heus mijn best doe!

Maar er is nog een reden. Het komt me voor dat er elke keer weer iets nieuws wordt bedacht. Dat er ergens in de krochten van de kerk (welke dan ook of misschien wel allemaal samen, onderling verbonden met een geheim gangenstelsel) maandelijks een paar mensen bijeen komen die daar besluiten over welke boeg ze het nu weer eens gaan gooien.

De laatste keer was dat dus ‘discipelschap’. De modes volgen elkaar snel op, de tijd dringt blijkbaar. De eeuw van de dominee is bijna ten einde, de kerken verkruimelen waar je bij staat; en niemand weet echt hoe het moet.

Kleine groepen zijn een tijdlang het toverwoord geweest. Niet dat alle kerken opeens uiteen vallen in kleine groepen, stel je voor. Dan moeten onze gebouwen dicht; de dominees staan op straat of moeten ineens heel anders gaan werken. Het moet niet te gek worden natuurlijk. En dan hebben we de kerkorde nog, die is ook heel belangrijk.
raampje kapot
Daarbij vergeleken is discipelschap een gouden greep. De bal wordt bij de kerkganger zelf neergelegd. Op zich terecht want daar hoort hij ook. Ik ben alleen heel benieuwd wat er gebeurt als de kerkganger ook echt tegen de bal gaat aanschoppen. En de bal door het raampje van het kerkgebouw kinkelt…

Christelijk huwelijk

Trouwen moet niet alleen op het gemeentehuis kunnen maar ook in de kerk, zegt de Rotterdamse notaris Aniel Autar in het Nederlands Dagblad van vandaag. De wet maakt het onmogelijk ‘voor het geloof te trouwen’ zonder een wettig huwelijk te sluiten en dat zou onwenselijk zijn.

Voor ‘het geloof’ trouwen in plaats van voor de burgerlijke stand? Dat doet me denken aan de islamitische huwelijken die wel eens (illegaal) gesloten worden. Vorig jaar haalden die praktijken nog de landelijke pers, onder andere omdat die islamitische huwelijken bepaald niet uitblonken in gelijke rechten voor man en vrouw…

Huwelijken inzegenen die niet door de ambtenaar van de burgerlijke stand zijn voltrokken, is nu bij wet verboden omdat het de indruk wekt dat je dan een echt huwelijk sluit, met alles wat erbij hoort zoals rechtszekerheid, wederzijdse verplichtingen en dergelijke. Maar notaris Autar vindt dat het burgerlijk huwelijk nu alleen een juridisch karakter heeft, terwijl het toch de bezegeling is van een liefdesrelatie. Juridische zaken moet je dan maar regelen bij de overheid of de notaris (jawel…).

En dan doet hoogleraar Ad de Bruijne, van het vrijgemaakt-gereformeerde deputaatschap Relatie kerk en overheid, een onthutsende uitspraak: ‘Een huwelijk is volgens mij pas een christelijk huwelijk, als er voor Gods aangezicht publieke beloften voor het leven worden afgelegd. De enige plek waar dat vandaag nog kan gebeuren is de christelijke gemeenschap. Om in onze tijd een christelijk huwelijk te sluiten is betrokkenheid van de kerk doorslaggevend.’ Alsjeblieft. Echtgenoot en ik leven blijkbaar al jaren in zonde!
vintage_bride_and_groom_poster-p228267879128306961tdcp_400-300x300
Zijn uitspraak is tekenend voor de overspannen manier waarop christenen met het huwelijk omgaan, en dan heb ik het nog niet eens over de valse romantiek en overdreven verwachtingen. Een instelling van God? Dat kan het huwelijksformulier van de gereformeerde kerken vrijgemaakt wel stellen, maar daarmee is het nog niet waar. En het Bijbelse huwelijk waar De Bruijne het over heeft, met zijn polygamie en mannelijke suprematie, wil niemand terug. Toch?

Nu wil ik beslist niet van het instituut huwelijk af. Het is een mooie combinatie van trouw beloven aan elkaar enerzijds, en een aantal juridische en administratieve zaken regelen anderzijds. Het scheelt je de gang naar de notaris. Maar dat is het dan ook. Het huwelijk maak je verder zelf en als je in God gelooft, doe je dat op een manier die daarbij past. Punt.

De uitspraak van De Bruijne is voor Echtgenoot en mij geen reden alsnog ons huwelijk te laten inzegenen. Hoewel ik bij nader inzien best trek krijg in een heel mooie jurk! Maar dat kan natuurlijk ook wel zonder kerkdienst.

Paus

Habemus Papam! Franciscus heet hij; en de Eerste, wat eigenlijk een overbodige toevoeging is want of er een tweede komt, weet je natuurlijk niet van te voren…

Als de voortekenen ons niet bedriegen, gaat er nogal wat veranderen bij de Rooms-katholieke broeders en zusters. Franciscus was in het wit gekleed, zonder pump and circumstance. Het wit was wel moiré zijdewit, zag mijn geoefend oog. Maar om dat te zien, moet je misschien ook wel Nederlander zijn.
Vaticaan
Even was alle kritiek verstomd. Even. Want na tien minuten kwam het Videla-regime ter sprake. Hij had wel/niet priesters overgeleverd aan de geheime dienst, en zich wel/niet ingespannen ze vrij te krijgen. En hij had wel/niet genoeg geprotesteerd tegen de babyroof.

Nederlanders leggen mensen altijd graag langs de meetlat uit de Tweede Wereldoorlog. Deugde hij of deugde hij niet? Dat slechts 0,01 tot 5% (afhankelijk van de criteria) van de Nederlanders werkelijk iets gedaan heeft dat verder reikte dan Do ist der Bahnhof, daar gaat het niet om. Iedereen die goed zou zijn geweest in de oorlog is nu ergens voor of tegen. Een soort omgekeerde bewijslast.

En na vijftien minuten bleek dat Franciscus tegen het homohuwelijk was. Hé, wat een verrassing! Alsof je constateert dat leeuwen en tijgers nog steeds vlees eten, ondanks de inspanningen van de Bond van Vegetariërs.

Grappig was weer wel de lichte verwarring die ontstond toen bleek dat de nieuwe Papa èn heel sober leeft en een echte man van het volk is, èn tegen abortus. Dat is lastig want het stempel conservatief past daar niet helemaal op.

En voor die prettige verwarring, lieve Heilige Vader,wil ik u nu alvast hartelijk bedanken! Het was onbedoeld uw eerste bijdrage aan een betere wereld.

Lelijkste kerk

Je kon erop wachten. Na de verkiezing van de mooiste gesloopte kerk van het Nederlands Dagblad, waarmee de krant een licht masochistische inslag verraadt, volgt de verkiezing van de lelijkste kerk die nog niet is gesloopt. Uitschrijvers zijn de satirische website www.goedgelovig.nl en www.staatgeschreven.nl.

De lelijkste kerk kiezen is even moeilijk als de mooiste, ook als ik mij beperk tot mijn woonplaats Leeuwarden. En bovendien niet van gevaar ontbloot. Wie weet waar al te boude uitspraken toe kunnen leiden! Straks ben ik nog voor langere tijd buitengesloten van Woord en Sacrament en dat is mogelijk schadelijk voor mijn zieleheil.
kerk Barcelona
Er zijn namelijk mensen die denken dat je hen niet leuk vindt als je hun kerkgebouw niet weet te waarderen. Volkomen ten onrechte uiteraard. Ik heb in een kotslelijk huis gewoond, dat durf ik best te zeggen. Toch kreeg ik daardoor geen hekel aan mijzelf.

Maar wat zijn er allemachtig veel lelijke kerken gebouwd! Smaken verschillen maar sommige kerkgebouwen zijn zo intens lelijk dat je er de hand van een architect in vermoedt die een hekel heeft aan het christendom en zijn talenten heeft ingezet om anderen daarin mee te krijgen.

De foto’s op staatgeschreven.nl spreken boekdelen. Betonnen dozen, zielloze stenen bakken, zorgvuldig ontdaan van alle sprekende kleuren. De meest voorkomende kleur is beige en daarna grijs, afkomstig van vale baksteen en kaal beton.

Soms vraag ik mij af of je de bedenkers van zulke gebouwen niet strafbaar kunt stellen. De architect zou niet meteen de gevangenis in hoeven maar een taakstrafje is hier en daar best op zijn plaats.

Hij (of zij) kan dan gewoon de kwaliteiten gebruiken die hij geacht wordt te hebben. De taakstraf bestaat dan uit het ontwerpen van een nieuw kerkgebouw voor de gemeente die hij eerst voorzien heeft van een monstrum.

Boetedoen heet dat in goed-christelijke termen.

Dominee 2.0

Studenten theologie zetten afgelopen zomer hun kritiek eens ongezouten op papier: Manifest Dominee 2.0. Een levendige discussie ontspon zich en ook ik mocht een bijdrage leveren.

Geef je kritiek, krijg je van alle kanten bijval. Het moet de dominees2.0 zijn vergaan alsof ze met een stormram tegen een deur aan beukten die al open stond.
In de pers klonken vooral veel complimenten en uitgerekend uit ‘het hol van de leeuw’ klonk de stem van PKN-preses Peter Verhoeff: “Het manifest legt de vinger op de zere plek”.

Dat is leuk voor de schrijvers maar het zou mij, als ik een van hen was geweest, toch wat onrustig hebben gemaakt. Hoe kan het zijn dat een document dat zo pijnlijk is voor de kerk zo enthousiast ontvangen wordt? Zijn de dames en heren er zelf ook mee aan? Komt het door het oude weg-met-ons-gevoel? Aan de andere kant: de deur staat in ieder geval open.

Het is niet de eerste keer dat ik jaloers ben op deze generatie. Zelf opgegroeid in de gereformeerde kerk vrijgemaakt in de jaren ’60 en ’70, en inmiddels al weer jaren lid van een PKN-gemeente, had ik in mijn eentje wel zes manifesten willen schrijven en was ik met 1% van de positiviteit die dit ene Manifest oplevert zielsblij geweest. Proficiat, dominee2.0!

Er zijn meer redenen voor jaloezie: in deze tijd is eindelijk duidelijk geworden dat het christelijke geloof geen brave, ouderwetse bedoening is, geen fatsoenlijke levensstijl met een religieus sausje, geen regeltjesgeloof. Wat een verlossing! Liever een politiek incorrecte en tegendraadse overtuiging dan een flets feelgood-verhaal.

Hoezeer ik ook erken dat het christendom een cultuur heeft voortgebracht die ik verre prefereer boven de Romeinse of Germaanse, nu die christelijke cultuur in zijn nadagen is, kan hij maar beter zo snel mogelijk verdwijnen. Uit een cultuur in verval komt meestal niet veel goeds meer voort terwijl hij er wel voor zorgt dat het ouderwetse imago van het christendom blijft bestaan.

Hopelijk kan nu ook het maffe idee de deur uit dat het evangelie moet worden aangepast aan de moderne mens omdat de kerk anders wel kan ophouden. Alsof het evangelie ooit heeft gepast bij welke mens uit welke tijd dan ook. Bij een sadduceeër uit het jaar 0 bijvoorbeeld die niet geloofde dat een dode weer levend kan worden. Of bij een Germaan uit de zesde eeuw met zijn leefwereld van voor wat, hoort wat en offers brengen.
Het evangelie moet niet veranderen, mensen moeten veranderen.

De veranderingen in onze cultuur roepen wel vragen op.
Is er überhaupt nog behoefte aan dominees? Misschien meer aan theologen die goed kunnen doordenken en hun bevindingen delen met anderen, niet alleen met medetheologen maar vooral met geïnteresseerde gemeenteleden. Zij kunnen er, als de theologen hun werk goed hebben gedaan, weer verder mee.

Dat past beter in een tijd waarin veel meer mensen hoger zijn opgeleid dan pakweg een eeuw geleden. En het past beter in een kerk die, als de voortekenen zich niet bedriegen, straks veel meer zal bestaan uit plat georganiseerde groepen in plaats van uit een instituut.

Daarnaast is het tijd voor eerherstel voor al die andere figuren: apostelen, evangelisten en profeten. Heeft de klacht van dominee2.0 er ook niet mee te maken dat het type herder-en-leraar zijn tijd van alleenrecht heeft gehad? We hebben minstens evenveel behoefte aan profeten, juist nu de cultuur kantelt en weer terug gaat naar het heidendom. En de noodzaak van evangelisten spreekt al helemaal voor zich.

Gaat de kerk dan weer groeien? Dat hoeft niet. Het is de vraag of de grote kerken van weleer de natuurlijke staat van het christendom weerspiegelden. Misschien hoort de kerk wel klein te zijn en is het hele proces van krimp een soort grote schoonmaak. Zeker nu een keuze voor God en Jezus weer tegendraads wordt en lef vraagt.

Ruimte voor duidelijke taal is voorwaarde voor al deze ontwikkelingen. Taal waarmee je niet alleen zegt waar het op staat, maar die ook vrij is van geijkte termen. Zulke taal is belangrijker dan ooit, nu het kerkelijke jargon zozeer geheimtaal is geworden dat niemand buiten de kerk het meer begrijpt. In de kerk ook niet trouwens.

Over God spreken kan misschien wel het beste door je ervaringen met hem delen met anderen. Zolang je maar beseft dat duidelijke taal nooit het grote mysterie kan benaderen. Praten over God is zowel een opdracht als een hachelijke zaak. Want wie is God? Om met Augustinus te spreken: ‘Als je hem begrijpt, is het God niet.’

dominee2punt0.wordpress.com
www.christelijkweekblad.nl

Kerk

27 graden, luchtvochtigheid 100 procent. Ik wil nooit meer iemand horen zeggen: ‘ je hebt daar wel een heel ander soort warmte dan hier, daar is het veel droger’. Niet dus.

De meeste niet-Chinezen die hier wonen, vinden echter dat Xiamen een prettig klimaat heeft: niet al te warm en met een prettig zeebriesje. Ik kwam een aantal van hen vanmorgen tegen in de kerk waar Zoon bij hoort: Xiamen International Christian Fellowship.

Ondersteund door een flinke dosis Ibuprofen en antibiotica die keurig haar werk is gaan doen, wilde ik de enige kans hier een dienst bij te wonen niet laten schieten. De gemeente huurt het gebouw van de Zevendedagsadventisten die logischerwijs op zaterdag bijeenkomen.

Het is een echte nagebouwde kerk, anders kan ik het niet omschrijven. De ramen zijn afgekeken van de gotische kerken maar tegelijkertijd zo ontzettend plastic dat het bijna lachwekkend is. Ook de kerkbanken waren van kunststof en voorin op het podium stonden vier stoelen die niet hadden misstaan bij een concert van wijlen Solomon Burke.

De dienst was ontspannen en laagdrempelig. Er was een gastheer die mensen een plek wees, het liefst vlakbij landgenoten, dan een kwartiertje worship, een goede preek, en een beetje Songs of Praise maar dan met een Amerikaans tintje.

Het geheel was al om negen uur ‘s morgens begonnen maar dan is lang niet iedereen ook aanwezig. Om een uur of half elf begon de dienst zelf en tot die tijd druppelden er steeds meer mensen binnen. Of na half elf…

Vervolgens gaat iedereen lunchen, bij voorkeur met anderen die de dienst hebben bijgewoond.

De kerk heeft een flitsende website met allerlei aanbiedingen die je in Nederland niet snel tegenkomt. Wat denk je van de uitnodiging van de predikant en zijn vrouw om na de dienst bij hen thuis te komen lunchen? Het aanbod een Worship Workshop mee te maken, spreekt mij persoonlijk weer wat minder aan.

Andere ideeën voor een polderkerk: breng online een gebedspunt aan of abonneer je op een gebedsketting. Meer weten? www.xicf.net