Efficiencyslag

Het ziekteverzuim in de zorg is zo groot dat het een half miljard per jaar kost. Reden: overwerkte verpleegkundigen, psychologen en zo meer. De recherche kan maar één op de vijf gevallen van criminaliteit goed behandelen, meldt de Nederlandse politiebond. Reden: te weinig mankracht (‘2000 mensen erbij is een druppel op de gloeiende plaat’), en een stortvloed aan papierwerk en administratie. Dat werpt weer een heel ander licht op de verheugende mededeling dat de criminaliteitscijfers dalen. Het onderwijs kwam met soortgelijke verhalen: te weinig mensen en geld waardoor het project Passend Onderwijs gevaar loopt. Gevolg: steeds meer thuiszittende kinderen.
De rechterlijk macht klaagt over ontoegankelijkheid van de rechtsspraak en overbelasting van het systeem. ‘Sinds 2010 zit de Rechtspraak in een neerwaartse spiraal van bezuiniging en kwaliteitsverlies’, zegt Astrid Creutzberg, rechter in Midden-Nederland.

De verhalen zijn niet nieuw, een korte zoektocht leverde vergelijkbare berichten in vrijwel alle afgelopen jaren vanaf 2008. De reden is ook duidelijk: er kwam steeds minder geld voor onderwijs, zorg, defensie en het overheidsapparaat. Maar op de een of andere manier dringt het maar niet tot de beleidsmakers door dat de mensen in deze sectoren al jaren worden overbelast.

Er werden altijd wel weer toverwoorden opgeduikeld om de bezuinigingen – al dan niet over de schutting van de gemeente gekieperd – voor te spiegelen als volkomen verantwoord, of zelfs logisch. ‘Efficiënter werken’, was er zo een, en ‘meer gericht op resultaat’, ‘kortere lijnen’,‘menskracht effectiever inzetten’. De ‘ombuigingen’ werden verkocht met behulp van kreten als ‘meer kwaliteit voor minder geld’, ‘de tering naar de nering zetten’. Of het waar was deed er niet toe, als het maar lekker bekte.

Minder geld dus, maar meer administratie. Die kwam bovendien niet zelden terecht bij de werkers zelf, in plaats van bij administratieve krachten. Die laatsten werden voor zover ze er waren wegbezuinigd want dat was goedkoper. Ondanks vele beloftes lijkt er tot nu toe weinig te komen van vermindering van regeldruk. We willen namelijk wèl precies weten waar ons goede geld naartoe gaat. En dus vullen onderwijzers, (jeugd)hulpverleners en andere werkers in de zorg elke dag stapels papier in of – misschien nog wel erger – krijgen ze daarvoor een ict-systeem dat vooral lijkt uitgekozen op basis van de kosten en in plaats van gebruiksvriendelijkheid.

Het jammere is dat de oplossing voor de problemen vaak wordt gezocht in af en toe wat geld erbij. Na een rituele dans met vertegenwoordigers van de branches die vertellen hoezeer het water aan de lippen staat, komen de politici zeggen dat er inderdaad wel iets aan de hand is maar echt niet zo ernstig als de sector beweert. Daarna is het tijd grootmoedig wat geld toe te schuiven want de bewindspersoon is ook de beroerdste niet. En die regeldruk, daar is hij/zij ook al mee bezig. Maar daarna wil de minister ook niets meer horen… de bomen groeien nu eenmaal niet tot in de hemel.

Waarom is er toch zo hevig bezuinigd op al deze overheidstaken? Ik denk onder meer vanwege het idee dat al deze sectoren als ‘onkostenposten’ worden beschouwd, noodzakelijk weliswaar maar helaas ook duur. Duur is een relatief begrip, maar zover gaat de discussie meestal niet. De aandacht is verschoven van wat een samenleving goed maakt naar wat een samenleving weinig geld kost.

Een andere oorzaak is het toegenomen wantrouwen waardoor alles controleerbaar moet zijn en elke fout wordt afgestraft, in ieder geval, op de werkvloer. Dat heeft geresulteerd in een papieren werkelijkheid die steeds verder verwijderd raakt van de echte, en die steeds meer geld en tijd kost.

Misschien zou het helpen als onderwijzers, werkers in de zorg, politieagenten en rechercheurs eens een hele week hun werk zouden neerleggen. Gewoon om eens te laten zien wat ze normaal gesproken eigenlijk allemaal doen. Maar dat gaat nooit gebeuren want daarvoor zijn die mensen veel te consciëntieus. En daarmee is de cirkel rond want dat is nu net waarom er jarenlang op hen bezuinigd kon worden.

Lesprogramma

Het speciale onderwijsprogramma voor peuters en kleuters uit achterstandsgezinnen blijkt in Utrecht nauwelijks effect te hebben gesorteerd omdat de leerkrachten en groepsleidsters het niet goed genoeg doen.
Dit bericht uit de Volkskrant heeft me enkele minuten met stomheid geslagen. En dat is lang voor mijn doen.

Mijn verbazing begon toen ik las over rekenvaardigheid van kinderen onder de vier jaar. Dat er ontwikkeling zit in woordenschat en zinnen kunnen maken, lijkt me duidelijk. Maar rekenvaardigheid? Die van mij konden rond hun derde verjaardag net tellen, waarbij de 4 regelmatig met de 5 werd verwisseld.

Verder las ik dat kinderen uit achterstandsgezinnen een speciaal educatief programma krijgen. Alleen al van dat woord programma lopen me de rillingen over de rug. Een kleuter hoort niet te worden blootgesteld aan een programma, kleuters leren op hun eigen manier.

Voorspelbare uitkomst: het hielp geen bal. Kinderen zonder speciaal lesprogramma deden het even goed. Alles hing af van de kwaliteit van de leidsters. Waarom verbaast me dat nou niet?

Het gebruik van onderwijstermen laat zien waar het mis gaat. De manier van lesgeven (!) is bepalend, zo bleek. Als leerkrachten te weinig ontwikkelingsstimulerende activiteiten aanbieden en te weinig werken in kleine groepjes, gaan de kinderen nauwelijks vooruit, is een van de conclusies. Logisch, peuters en kleuters moeten geen onderwijs krijgen maar speelgoed en aandacht. Niets meer en niets minder.

Ik kan me niet herinneren dat ik onze kinderen ooit een ontwikkelingsstimulerende activiteit heb aangeboden, behalve dan dat er voldoende en goed speelgoed was. Even aan het spelen helpen en het kind speelt, als je het verder met rust laat.

Hebben de onderzoekers zich niet afgevraagd hoe het komt dat kinderen uit andere gezinnen geen achterstand hebben? Gebruiken die hoogopgeleide ouders een lesprogramma voor hun kinderen? Natuurlijk niet. In ieder geval, laten we het niet hopen.

Een kleuter leert het meest door nadoen, door goed speelgoed als lego, blokken, autootjes en ladingen papier, potloden en verf. En verder praat je je de oren van je hoofd tegen je kind, zing je liedjes en lees je voor. En als de ouders uit achterstandsgezinnen dat niet doen, helpen al die speciale programma’s niets. Dan moeten die kinderen gewoon op een andere manier krijgen wat hun beter gesitueerde leeftijdgenootjes thuis krijgen.

Waar leerden de kinderen wel van? Van veel spelen met kinderen die geen achterstand hadden opgelopen. Dat zegt al voldoende over het nut van lesprogramma’s.