Over admin

Journalist, eindredacteur CW, tekstschrijver en blogger, geïnteresseerd in het hoe en waarom van alles, behalve sport. @inekeevink.nl

Vastgeplakt

Er zijn van die acties die onmiddellijk op mijn sympathie kunnen rekenen. Een groot spandoek hangen aan een hoog gebouw dat annex is met vervuilende industrie, bijvoorbeeld. Niet alleen bewonder ik de benodigde doodsverachting, maar ik waardeer ook het feit dat de actie wel het bedrijf te kakken zet maar verder geen schade aanricht. Groot plezier beleef ik altijd aan de communicatiemedewerker van dienst, die geacht wordt de schade te beperken en met dat doel voor de leeuwen van de pers wordt gegooid.

Acties die gericht zijn tegen vervuiling en aantasting van de aarde hadden tot voor kort bij voorbaat mijn sympathie. Maar daarin is verandering gekomen. Dat komt door de plakacties en het soepwerpen tegen kunstvoorwerpen. Zou er werkelijk iemand zijn die nu denkt: ‘Verrek, ze hebben een punt!’ Want dat blijkt het doel: bewustwording.

En dan de leus. Een vrijblijvender thema dan ‘Just stop oil’ heb ik nog niet meegemaakt. Als het nu een oproep was geweest tot het verzesvoudigen van de prijs van vliegvakanties, tot het verbieden van aardbeien in de winter, van sauna’s, terrasverwarmers en schaatspaleizen. Maar nee, daar maak je immers geen vrienden mee. Liever ‘stop gewoon met olie’, zodat de burger de handen in onschuld kan wassen en wijzen op Shell.

Houd me ten goede, hoe eerder we stoppen met olie en gas oppompen hoe beter, om van kolenmijnen nog maar te zwijgen. Niet alleen vanwege de opwarming van de aarde maar ook vanwege de vervuiling, en de plastic troep waar we nooit meer van afkomen.

Maar het idee dat soep gooien op een kunstwerk of je vastplakken aan een schilderij daaraan iets bijdraagt, is onzinnig. Je bereikt alleen dat erover wordt gepraat. En erover praten doen we al decennia, tot nu toe zonder veel resultaat.

Daarnaast wantrouw ik de mensen die deze acties uitvoeren. De man die zich vastplakte aan een talkshowtafel had ik er als ik de presentator was geweest met tafel en al laten uitdragen, en wel onmiddellijk. Hij leek mij zo’n type dat over een paar weken vermomd met een bril en een muts op in de rij staat op Schiphol. Lekker een weekje naar de zon. Of die na afloop van zijn optreden in zijn Tesla stapt en een afspraak maakt voor de zonnebank. Hij gilde mij net wat te veel over zijn veiligheid toen bewakers hem los probeerden te maken. Dapper is zo’n plakactie immers niet. Aandacht gegarandeerd, isoleercel of geseling uitgesloten.

Er zat natuurlijk ook helemaal geen tweecomponentenlijm in die tube, het was waarschijnlijk gewoon hobbylijm. En dat past er dan weer prima bij: gevaarloos fröbelen op de buis met hobbylijm. Voor de bewustwording.

Occupied

Nog tot 31 augustus is de serie op Netflix te zien: Occupied, of op zijn Noors Okkupert. De serie stamt uit 2015. Lang verhaal kort: Noorwegen exporteert uit milieuoverwegingen geen olie en gas meer, en daar is Europa niet blij mee. De Russen bezetten op verzoek van de EU de Noorse olie- en gasvelden en nemen die over. En Noorwegen zelf.

Ik ben eraan verslingerd geraakt, wat een nadeel is want ik heb vorige week de laatste aflevering van de laatste, derde serie gezien. En nu moet ik afkicken van het prachtige Noorse landschap, van de Noorse taal, en van de politieke verwikkelingen die nog het meest gelijkenis vertonen met palingen in een emmer snot.

En natuurlijk van de personages als de mateloos irritante Russische ambassadeur Irina Sidirova, die haar vredelievende voornaam geen eer aan doet. En de steeds grimmiger kijkende en steeds meer in Russisch vaarwater verzeilende hoofd van de Noorse veiligheidsdienst Hans Martin Djupvik, en zijn vrouw die rechter is en die in alle stress juridisch zuiver wil blijven handelen. Daarmee speelt ze niet zelden de Russen in de kaart.

En neem minister-president Jesper Berg, die in eerste instantie nog meent dat hij de Russen tegenspel kan bieden maar later vlucht naar Parijs en via videogames leiding geeft aan het Noorse verzet. Zijn opvolger is zijn voormalig persoonlijk assistent Anita Rygg, maar zij blijkt uiteindelijk geen partij voor zowel de Russen als het Noorse parlement. Met andere woorden, Borgen, maar dan Noors en in oorlogstijd.

Een paar zaken blijven hangen: een verdeeld Europa slaat nog geen deuk in een pakje boter, politieke leiders gokken op de gewenste uitkomst en hopen dat ze alle benodigde informatie hebben. Sommige mensen zijn dapper (omdat ze boos zijn, teleurgesteld, verliefd, of omdat ze niks te verliezen hebben) maar de meesten zijn bang of gehecht aan hun luxe bestaan. En als de omstandigheden veranderen, verandert iedereen mee.

Maar vooral: wie oorlog koste wat kost wil vermijden, betaalt uiteindelijk de hoogste prijs, namelijk met zijn vrijheid. Ga die serie nog eens zien, dames, heren en non-binaire politici. Snel, voordat het 31 augustus is, of voordat de steun voor Oekraïne alsnog verkruimelt.

Roomse kervel

Op de een of andere manier is de moestuin van opa Bult nooit in mijn geheugen weggezakt. En toen mijn wijk met het idee kwam een wijkmoestuin aan te leggen, wist ik niet hoe snel ik moest reageren. Ja, ik wil!

Op een kavel die van de gemeente was losgepeuterd, werden tien bakken van zwarte stenen geplaatst. Ooit zou op die plek begin twintigste eeuw een brugwachtershuisje worden gebouwd maar die brug kwam er niet en het bijbehorende huisje dus ook niet. Twee vierkante meter moestuin, groter is zo’n bak niet. Maar het is genoeg.

Inmiddels is het jaren later en de meeste bakken floreren. Die van mij ook. De stam-doperwten werken zich langzamerhand een weg naar boven, twee tomatenplanten laten de eerste bloemknoppen zien, en schoondochter heeft zes broccoliplantjes gedoneerd, die ze zelf uit zaad heeft gekweekt.

Maar mijn piece de resistance is wel de kervel. Jarenlang zaaide ik de gewone kervel, oftewel Anthriscus cerefolium. Het spul kwam op, vormde de heerlijk ruikende en smakende blaadjes, die onmisbaar zijn voor de kruudmoes. Geen kervel, geen kruudmoes, zo simpel is het.

Maar binnen een mum van tijd kwamen er bloemetjes in de kervel, en dan is het uit met de pret: weg blaadjes. Ik heb me jarenlang afgevraagd hoe opa dat toch deed in zijn tuin: van die forse kervelplanten, zeker zes keer zo groot als dat grut van mij en met veel groter en steviger blad.

En toen viel het kwartje. Hun kervel was geen Anthriscus cerefolium maar Myrrhis odorata, oftewel roomse kervel. Vlug naar de zadenboer, naar zijn website welteverstaan, want geen kweker in het noorden des lands die roomse kervel in huis heeft, of zelfs maar weet wat het is.

Vorig jaar september kreeg ik de zaden binnen, want je moet ze zaaien in de herfst. Aldus geschiedde. Maar in april was er nog niets te zien, de grond bleef maagdelijk zwart. Ik verloor mijn geduld en bestelde drie kant-en-klare plantjes, want dat kon om mij onbekende redenen alleen per drie.

Ingenieus verpakt werden de plantjes thuis aangeleverd. Ze zaten in een stuk plastic – groen van kleur om het er milieubewust uit te laten zien – waar de planten inderdaad heelhuids en fris uit tevoorschijn kwamen.

En dat zul je altijd zien, op de dag dat ik mijn kleinoden in de grond zette, zag ik een piepklein groen krulletje boven de grond uitsteken. Een week later kwam er nog een bij. En daarom heb ik nu vijf kervelplantjes in mijn tuin staan, die hoogstwaarschijnlijk tezamen een half bos zullen vormen. Maar zoals iedere kruudmoes-liefhebber weet: te veel kervel bestaat niet.

Flesreclame

Reclames, ik word er gek van. Reclames op radio, op tv, langs de weg op enorme billboards, en ook nog tussen YouTube-filmpjes door. Ik word er gek van omdat ik talent heb voor taal, en daardoor kan ik me niet afsluiten voor teksten, vooral niet voor lelijke teksten. Maar het ergste is dat het meestal om onzinproducten gaat.

Zonet zag ik – tussen prachtige orgelmuziek door, die daarvoor ruw onderbroken werd – een reclamefilmpje op YouTube voor een hervulbare fles. Wat een uitvinding, een fles die je opnieuw kunt vullen! Ik raakte meteen zwaar onder de indruk, daar zal ongetwijfeld een creatief brein achter hebben gezeten.

Er figureerden een stel hippe, jonge mensen in het filmpje, die allemaal hun eigen hervulbare fles meezeulden en daar af en toe een slok uit namen. Na vijf seconden kon ik het filmpje wegklikken maar het kwaad was al geschied. En nu zit ik een stukkie te tikken over hervulbare flessen.

Plastic hervulbare flessen nota bene! Wat een flauwekul om een plastic fles te kopen om water in mee te nemen. Het eerste de beste waterflesje dat je voor een dubbeltje in de winkel koopt, doet hetzelfde. Ik werd laatst aangesproken op het feit dat ik niet in het bezit ben van zo’n lelijik plastic geval, dat ook nog eens sterk lijkt op een zuigfles voor baby’s.

Ik verlang inmiddels hevig naar een totaalverbod op reclame. Wat zou dat een rotzooi en verspilling schelen, wat zou dat helpen tegen schulden maken, tegen afgunst en jaloezie, tegen impulsaankopen en koopspijt. En wat een zegen voor de bloemen, de vissen en de vogels! En last but not least: wat een zegen voor mijn taalbrein.

Orgelster

Er is een nieuwe ster aan mijn firmament verschenen. Ja, ik heb een eigen firmament, met eigen sterren. David Bowie heeft er een plekje, en de constellaties Supertramp, de Doobie Brothers en Emerson, Lake & Palmer. Die eerste twee staan al heel lang te stralen maar vroeger besteedde ik er meer aandacht aan dan nu. Alleen als er opeens een liedje op de radio voorbij komt van een van beiden, veer ik verrast overeind en ben weer even zestien jaar.

Maar zestien jaar zijn was ook niet alles, dus na drie nummers ben ik er wel weer klaar mee. ELP echter is een ander verhaal. Zij stammen uit eind jaren zestig, begin jaren zeventig, en toen vond ik popmuziek nog stom. ELP ontdekte ik daarom pas veel later, dus hun stand aan mijn sterrenhemel is een beetje onzeker. In ELP kan ik mij nog steeds verliezen.

Mijn nieuwe ster is van een heel ander kaliber. Hij heet Evan Boogerd en is organist van de Westerkerk in Amsterdam. Mijn zestienjarige ik zou wegkruipen van schaamte bij mijn voorkeur van nu. Orgel! Orgel is psalmen met veel tweede naamvallen en gij’s in de kerk, orgel is mijn vader die naar Bach luistert, orgel is een magere, bleke jongen met een te grote bril, orgel is alles wat ik niet ben en ook nooit zou zijn.

Maar zo makkelijk liet het orgel zich niet verdrijven. Steeds vaker kreeg ik kippenvel, steeds vaker ontdekte ik nog weer andere componisten uit andere tijden dan Bach. Of uit dezelfde tijd. En langzamerhand kroop het orgel weer mijn muzieksmaak in.

Bachs muziek is nu mooi, die van Buxtehude nog mooier, maar de allermooiste orgelmuziek is geschreven door Max Reger, een dikke, bleke man met een brilletje. Zijn muziek is als een tsunami die je meevoert naar de diepste dalen en de hoogste toppen. Luister naar zijn koraalbewerkingen – die wel drie kwartier duren – en je bent in een andere wereld.

De improvisaties van Evan Boogerd doen denken aan Regers muziek. Maar hij speelt ook muziek van Reger, zoals de bewerking van het koraal Wie schön leuchtet der Morgenstern. En dat doet-ie ook aan mijn firmament.

Oekraïne

Of het nu nieuwshonger is, het journalistenbloed dat door mijn aderen vloeit, of woede en frustratie, ik zit beurtelings vastgeplakt aan televisie en Twitter. De beelden en verhalen uit Oekraïne kleuren de afgelopen dagen diep donkerrood.

Het oude recept van een tijdje tegen een regio aanduwen, nepnieuws verspreiden en schermutselingen aan de grens uitlokken, is losgelaten. Had Poetin geen geduld of geen tijd meer, of was het overmoed? Of hij zijn hand heeft overspeeld of niet, moet nog blijken. Met zo veel geweld een land binnenvallen, en en passant landen als Finland en Zweden bedreigen, is toch wel next level.

Volodimir Zelensky heeft zich in ieder geval ontpopt als een fabelachtig leider, niet in het minst door zijn dapperheid. Hij riskeert zijn leven, net als al die andere naamloze mannen en vrouwen die de wapens hebben opgenomen.

Wanneer heb ik me eerder zo vol machteloze woede gevoeld? Met zoveel ergernis over aarzelende en visieloze politici, over zoveel lafheid vanwege economische en financiële belangen? Opeens wist ik het weer. Dat was toen Hongkong zich verzette tegen China, met grootse demonstraties en waarschuwingen aan het adres van het westen.

Van 2014 – toen de protesten begonnen onder de piepjonge Joshua Wong – tot januari 2021, toen de genadeklap kwam met de arrestatie van 53 leden van de prodemocatische oppositie. Wong zit inmiddels, samen vele anderen, in de gevangenis. Sindsdien fungeert er een marionettenparlement in Hongkong.

Datzelfde China onthield zich gisteren van stemming over een resolutie in de VN-Veiligheidsraad, die de Russische inval van Oekraïne veroordeelde. China was wel “diep bezorgd”. Het zou wat. Alsof China ook maar een moment geïnteresseerd is in het lot van Oekraïne en zijn inwoners.

Deze tijd is misschien wel de laatste kans die het westen krijgt om bij zinnen te komen. Het is de hoogste tijd voor een sterke defensie in Europa, meer eensgezindheid over buitenlandse politiek, minder afhankelijkheid van landen waar je helemaal niet afhankelijk van moet willen zijn.

En dat kon wel eens betekenen dat Koning Welvaart van zijn troon moet komen. Daar is natuurlijk alle ruimte voor, als de weelde maar beter verdeeld wordt. Drie vakanties per jaar zijn geen noodzaak, de gasrekening betalen wel. Elke week uit eten is luxe, gezonde groente en fruit kunnen kopen niet. Zo moeilijk is het niet.

Hongkong is verloren, hoe het in Oekraïne afloopt is onzeker. Maar Europa heeft nu nog de kans de zaken anders aan te pakken. Snel, voordat Trump weer in het vizier verschijnt en ook de NAVO verbrokkelt.

Vinkjes

Hoog- of laagopgeleid, een salaris onder of boven modaal? Het doet er niet meer toe, de nieuwe indeling is de vinkjesindeling, of beter: wel of geen zeven vinkjes. Ik val meteen maar met de deur in huis: ik heb maar vier vinkjes. Helaas.

Zevenvinkers rule the world, las ik. Met belangstelling volg ik dan ook het debat over de zevenvinker, met Joris Luyendijk in de hoofdrol. Arme Joris. In de uitzending van Buitenhof op 13 februari zat hij als een dood vogeltje aan tafel. Hij werd om de oren geslagen door Neelie Kroes (een zesvinker) omdat de informatie over haar in zijn boek niet klopte, en dat zij alleen goede boeken las, en dus niet dit boek. Au.

Daarbovenop nog kwam Sylvana Simons, de vleesgeworden wrekende gerechtigheid. Je kunt alleen maar weten hoe het is, als je het zelf hebt meegemaakt, beweerde zij. Maar toen Kroes even later opmerkte dat juist leiders zich moeten kunnen inleven in wat zij zelf niet meemaken, gaf zij Kroes gelijk. Nu weet ik dus nog niet hoe het zit.

De zevenvinker in kwestie kromp met de minuut. Ik kreeg met hem te doen. Zijn houding herinnerde me aan beelden van de Chinese Culture Revolutie. Er zijn nog steeds foto’s te vinden van huilende mensen die als een sandwichman kartonnen borden om zich heen hadden hangen, waarop hun zonden stonden geschreven. Luidkeels beschuldigden zij zichzelf van misstappen tegen de communistische leer en huilend smeekten ze om vergeving. Om hen heen stonden groepen mensen die rotte eieren gooiden en hen uitscholden. Of erger.

Nu is groeiend zelfinzicht en regelmatige zelfreflectie altijd goed, hoeveel vinkjes je ook hebt. Maar daarvoor dient de zevenvinker niet meer geprezen te worden. Nee, als de zevenvinker eenmaal tot het verpletterende inzicht is gekomen dat hij zich niet eerder heeft gerealiseerd hoeveel geluk hij heeft gehad, dan mag hij dat niet zelf zeggen. Als de zevenvinker zich daar toch aan waagt, staan er mensen op, die hem van zelfgenoegzaamheid beschuldigen: “Nee, het gaat niet om jou!” En: “Anderen hebben dit al veel eerder gezegd, waarom luisterde je niet naar hen?”

Maar als hij het niet doet, is het nog erger. Je moet wel je zonden publiekelijk belijden. Het is zo langzamerhand een kwestie van damned if you do, damned if you don’t.

Er is alleen nog maar schuld. En zo eindigde het interview ook. Natuurlijk, in de tweede druk zouden de onjuistheden over Kroes worden gecorrigeerd. Maar niet in de eerste druk, zei hij, dat kon niet meer. Luyendijk leek op een middeleeuwse flagellant terwijl hij het zei.

Andere kant
Er zit natuurlijk ook een andere kant aan het verhaal. Hoeveel zevenvinkers stranden ergens halverwege in hun leven? De studie was dan wel universitair, maar er viel geen droog brood mee te verdienen. Er kwam ziekte tussen, of een kind dat veel aandacht bleek nodig te hebben. Je bedrijf ging failliet, of je bent sociaal onhandig.

Wat zegt het zevenvinkersdiscours over mensen met maar een of twee vinkjes? Of nul? Zweven de zevenvinker-bashers zelf niet ook bovenin het maatschappelijk zwerk? Hebben zij belangstelling voor de positie van vrouwen met alleen mavo en een typediploma? Of voor schoonmakers met alleen huishoudschool en schulden? Ik heb er nog niet veel van gemerkt.

De hamvraag luidt: heeft Luyendijk gelijk? Het antwoord is als zo vaak: deels. Hoogopgeleiden vormen inmiddels zo’n grote groep dat ze in de praktijk alleen nog elkaar hoeven tegen te komen. En geen mensen uit andere lagen van de samenleving ontmoeten, kan je een eenzijdige kijk op het leven geven. Voeg daarbij de al decennia oude idee dat succes een gevolg is van hard werken, en zelfgenoegzaamheid is bijna onvermijdelijk. Zijn verhaal gaat dus alleen over succesvolle zevenvinkers.

De zeven vinkjes passen helaas wel perfect in een samenleving die alleen nog maar in groepen en groepsidentiteiten kan denken. Of de boetedoening van Luyendijk echt iets ten goede zal veranderen, is dus nog maar de vraag.

Ik ook

Wat oorspronkelijk begon als een hashtag is inmiddels een zelfstandig naamwoord geworden: MeToo, met zelfs een verkleinwoord: een metoo’tje. Verkleinwoorden zijn altijd een slecht teken als het om in potentie ernstige zaken gaat. Een verkleinwoord bagatelliseert. Je zegt ook niet ‘een moordje’, en een diefstalletje gaat hooguit om een gejatte zak chips, niet om een gouden horloge of een Ferrari.

Het verkleinwoord MeToo’tje kan erop wijzen dat mannen zich bedreigd voelen of de ernst van seksueel grensoverschrijdend gedrag proberen te verdoezelen. Maar het bestaat ook omdat er onzekerheid is over de reikwijdte van het begrip. Dat verkrachting en aanranding zware straffen verdienen, daarover zijn weldenkende mensen het wel eens.

Maar waar ligt die grens van dat seksueel grensoverschrijdend gedrag eigenlijk? Bij een hand op een schouder? Dat kan zeker, maar het hoeft niet. Alles hangt af van de context en dat maakt de juridische benadering van dit onderwerp lastig, terwijl juist de gang naar de rechter steeds meer gemeengoed wordt. In theorie lijkt het eenvoudig, maar in de praktijk wordt het pas echt eenvoudig als mensen standaard anderhalve meter van elkaar verwijderd blijven.

Afstand in tijd doet er ook toe. Soms klagen vrouwen dat er dertig jaar geleden iemand een hand op hun bil heeft gelegd. Hoe vervelend dat destijds ook geweest kan zijn, dertig jaar later kan ik daar hooguit mijn wenkbrauwen over optrekken. Zeker als die hand toevallig aan een min of meer Bekende Nederlander vast zat.

Van dezelfde orde zijn de ongevraagde bekentenissen – in vloeiende communicatieafdeling-taal – die (matig) Bekende Nederlanders ten beste geven. Die kunnen overigens zomaar in je gezicht ontploffen, zoals gebeurde bij een bekentenis van tv-programmamaker Bram van Splunteren over een voorval in 1989, waarvan je in de verste verte niet meer kunt vaststellen of de verhouding nu wel of niet gewenst was. Bram kan het door de VPRO geplande eerbetoon inmiddels op zijn buik schrijven.

Maar er is meer aan de hand. Nederland lijkt steeds meer in de ban te zijn van een soort obsessieve drang naar puurheid en zuiverheid, voortbouwend op de preoccupatie met de Tweede Wereldoorlog, waarin iedereen met terugwerkende kracht vanaf dag 1 aan de goede kant zou hebben gestaan. Dat getuigt in de meeste gevallen van een grove zelfoverschatting enerzijds en een grove onderschatting van de toenmalige situatie anderzijds – daarvoor is niet veel historisch besef nodig – maar toch gebeurt het.

Het lijkt op een ratrace, maar dan naar boven. Bevrijd van het oude zonde- en schuldbesef mag niemand onze daden betwijfelen en daarom moeten ze volmaakt zijn. De nadruk op authenticiteit, jezelf als merk ‘in de markt zetten’ en daarom je goede imago bewaken, sluit daar naadloos bij aan. Wij deugen, wij móeten deugen. Is het niet met daden, dan toch met woorden.

Dat zuiverheidsstreven is een lastige combinatie met de vrijheid-blijheid die al decennia heerst ten aanzien van seksualiteit. Vanaf de jaren zestig waren vrouwen dan wel bevrijd van de angst voor ongewenste zwangerschap (in theorie althans), maar daarom hadden ze ook in de ogen van veel mannen geen reden meer om ‘nee’ te zeggen. Ik heb menig puisterige puber die in deze veronderstelling verkeerde van me moeten afduwen. Het vernietigende oordeel: ‘Preutse trut!’.

Mijn wederwaardigheden van toen heten nu MeToo-ervaringen. Die ommezwaai is meer dan nieuwe inzichten en oog voor het slachtoffer, het is een clash of civilizations. Nu maar hopen dat er iets moois uit voortkomt.

Belangenstratego

Ooit was Nederland één land. De regering zat in Den Haag, en daarnaast waren er provincies en gemeentes, die ook nog wat te vertellen hadden. Heel kleine gemeentes, met elk een eigen burgemeester. Gezellige tijd was dat.

Tegenwoordig is Nederland een soort multiversum, een land dat bestaat uit groepen burgers met elk hun eigen uitgangspunten, belangen en visies. Nederland is niet meer geografisch ingedeeld, maar in belangengroeperingen. De coronapandemie heeft dat nog eens extra duidelijk gemaakt.

Er kan geen journaal, actualiteitenprogramma of talkshow voorbijgaan, of er komt iemand uit zijn eigen universum melden wat er verkeerd gaat en hoe dat dient te worden opgelost. Zo was vanmorgen horecaman Robèr Willemsen weer eens op tv. Willemsen eiste opening van de horeca vanaf volgende week woensdag. Het kabinet moest nu maar eens het juiste besluit nemen.

Het klonk alsof het kabinet achter een groot bedieningspaneel zit waar allemaal schuifjes en knoppen op zitten, en dat het kabinet nog niet het juiste knopje had ingedrukt, namelijk dat waarmee de horeca weer open mocht. Als ze dat nou even deden, dan konden de horecaondernemers weer verder met ondernemen. Eerlijk is eerlijk, die indruk wekt het kabinet ook. Regeren lijkt wel één grote belangenafweging.
De reden dat de ondernemers niet zelf alvast opengingen, was trouwens de aansprakelijkheidsverzekering, liet meneer Willemsen zich in een bijzin ontvallen. Dat weten we dan ook weer.

Vanavond mag er vast weer een andere belangengroep opdraven. Waarschijnlijk iemand uit de cultuursector want die is nog niet open, of iemand uit de theater of -evenementenwereld om dezelfde reden. Burgemeester-opperhoofd Hubert Bruls komt even niet op tv want er is muiterij gaande in zijn gelederen. De man van de retail is ook stil, want de winkels zijn weer open. De ziekenhuizen krijgen op dit moment geen aandacht want er is nu even niets spannends te melden, zelfs niet van de ic’s.

In hun wanhoop zijn de doelgroepen leentjebuur gaan spelen. Een aantal theaters in Nederland wordt woensdag omgebouwd tot kapsalon, massagestudio of beautysalon, en Yoeri Albrecht van De Balie wil een kerkgenootschap vormen ‘want kerken mogen wel openblijven’. Fijntjes werd hij erop gewezen dat de subsidie dan onmiddellijk zou stoppen en De Balie in de lucht gehouden zou moeten worden door goedwillende donateurs. En dat er van het geld dat binnenkomt een aanzienlijk deel doorstroomt naar mensen die het minder hebben dan hij.

Gelukkig hebben we altijd nog Groningen. Als er van het coronafront niets meer te melden is, mag Groningen weer een duit in het zakje doen. Juist Groningen heeft natuurlijk een machtsmiddel van jewelste: gas! Draai de kraan een paar dagen dicht (dat moet toch te regelen zijn?) en de rest van Nederland weet weer wat hun plaats is. Als er toch ergens belangen zijn geschaad, is het wel daar.

Maar om de een of andere reden lukt dat niet. Ligt dan aan gebrek aan goede woordvoerders, aan de enorme afstand tussen Den Haag en ‘de regio’, of komen de belangengroeperingen er onderling niet uit wie iets voor Groningen gaat eisen? Waarschijnlijk het laatste.

M/V/X 2

Er zijn tijden geweest dat het boek Mannen komen van Mars, vrouwen komen van Venus (1995) van John Gray niet aan te slepen viel. Er zijn alleen al in Nederland bijna een half miljoen exemplaren van verkocht. Het boek werd mij allerwegen – niet in het minst in christelijke kring – van harte aanbevolen. De ideeën in dat boek voelden als een reis terug in de tijd, tot begin jaren zestig, dus de warme aanbevelingen kon ik mij helaas goed indenken.

Nu ben ik altijd licht allergisch geweest voor man-vrouw-stereotyperingen. Ik speelde het liefst met blokken en auto’s, las jongensboeken, en speelde liever met jongens dan met meisjes. Eenmaal volwassen voelde ik me niet op mijn gemak in een louter vrouwelijk gezelschap (‘gezellig onder elkaar!’) en veel eigenschappen die als typisch vrouwelijk worden gezien, zijn mij vreemd. Ik kom dus niet van Venus.

Ik moet varen op mijn eigen herinneringen, maar het was in de daarop volgende jaren zeventig en tachtig niet altijd meteen duidelijk of het in de speelgoedreclame afgebeelde kind een jongetje of een meisje was. Het was de tijd van de uniseks, aangejaagd door het feminisme en dus verfoeid door mainstream christenen. Helaas duurde die periode maar kort.

In de jaren negentig was het roer alweer volledig omgegaan en werden de tegenstellingen tussen mannen en vrouwen juist uitvergroot. Zou het denken in doelgroepen ten behoeve van marketing ermee te maken hebben? De markt was vanaf de Paarse kabinetten immers de oplossing voor alle problemen. Ik ben geen socioloog, maar ik acht het niet ondenkbaar.

Ik kan me voorstellen dat de oude, rigide indeling van wat mannelijk en vrouwelijk wordt geacht, mede debet is aan het voortdurend uitdijende scala aan identiteiten. Hele volksstammen zijn immers opgegroeid met de idee dat mannen en vrouwen fundamenteel van elkaar verschillen. Terwijl psychologisch onderzoek overtuigend heeft aangetoond dat de verschillen per individu (m/v) vele malen groter zijn dan de verschillen per groep.

Het al decennialang ingesleten doelgroepdenken maakt het echter moeilijk te accepteren wanneer je niet in een hokje past. Natuurlijk, met de mond belijdt iedereen dat wel, maar uit eigen ervaring weet ik hoe moeilijk dat in de praktijk kan zijn. De meeste mensen horen toch liever bij een groep, alle geroep om authenticiteit en ‘jezelf zijn’ ten spijt. Een eigen groep voelt lekker veilig en je kunt daar naar hartelust solidair zijn met elkaar. Gezellig! En als je je dan niet thuis voelt bij M of V, dan maak je een eigen hokje.
En zo zijn we weer terug bij af.