Over admin

Journalist, eindredacteur CW, tekstschrijver en blogger, geïnteresseerd in het hoe en waarom van alles, behalve sport. @inekeevink.nl

Huwelijksgeloften

Het is al een tijd geleden dat ik er voor het eerst van hoorde: je huwelijksgeloften vernieuwen, of zoals het in Amerika heet: renewing your wedding vows. Want dit soort trends komt altijd uit de VS.

Mijn eerste kennismaking met het fenomeen vond plaats tijdens een aflevering van Say Yes To The Dress. In tijden van onrust en spanning of gewoon vermoeidheid na een dag werken is niets zo goed voor het leegmaken van de hersenpan als een verse aflevering van dat trouwprogramma.

En zo zag ik, terwijl ik met de benen op tafel een cappuccino dronk, een oudere mevrouw (leeftijd schatten is lastig na talloze chirurgische ingrepen, al verraden hals en handen een hoop) die in een strakke witte trouwjurk gehesen werd. De trouwjurk was in dit geval een explosie van kant, pareltjes, glitter en ruches, die een nogal forse boezem voor een groot deel onbedekt liet. Mevrouw voelde zich een prinses, wat natuurlijk heel fijn was.

Mijn advies luidt echter op voorhand: niet doen. Was de trouwjurk achteraf een teleurstelling of wellicht geheel afwezig? Had je liever wit gedragen, maar gaf je dominante schoonmoeder de voorkeur aan zacht lila? Deal with it, shit happens. Ga in geen geval inhalen wat niet meer ingehaald kan worden.

In Amerika en inmiddels ook hier doen ze dat dus wel, al dan niet in trouwjurk. Maar waarom doen mensen dat eigenlijk, opnieuw een trouwbelofte afleggen? Bijvoorbeeld ter gelegenheid van een zoveel-jarig huwelijk, ontdekte ik. En soms omdat de gehuwden allerlei pech, ellende en tegenslag is overkomen, of omdat ze een huwelijkscrisis overwonnen hebben. De echte reden is waarschijnlijk dat de gehuwden zin hebben in een feestje. Prima hoor, maar zeg dat dan gewoon.

Ik voor mij kan eigenlijk maar één reden bedenken voor een hernieuwing van de huwelijksgeloften: als mijn huwelijk kerkelijk ingezegend zou zijn geweest met gebruikmaking van het huwelijksformulier van toen. Het enige dat nog erger is dan als overjarige barbie je trouwbeloftes te vernieuwen, is nog steeds vastzitten aan de belofte dat je je man in alles gehoorzaam zult zijn.

Drogredeneringen

Wat hebben we nu eigenlijk gezien en gehoord gisteravond? Behalve een aantal maatregelen ook een uitgekiend pakket aan drogredeneringen en woordspelletjes.

“Zestienduizenddriehonderdvierendertig besmettingen.” De minister-president zuchtte even. En omdat het best zou kunnen dat de minder cijfermatig onderlegde Nederlander het nog niet goed had begrepen, herhaalde hij het duizelingwekkende getal nog maar eens. Maar het was natuurlijk niet het getal, het was het woord dat erachteraan kwam dat er echt toe deed: besmettingen. De besmettingen moeten naar beneden, daar richt het beleid zich op. Daarom kon Rutte ook zeggen dat de maatregelen van anderhalve week geleden nog geen effect hadden gesorteerd, want effect op de zorg kost minstens drie weken. En dus begon hij zijn toespraak met de besmettingscijfers, dat versterkte de suggestie dat daar altijd al op werd afgegaan.

Maar dat klopt niet. Er werd tot voor kort ‘gestuurd’ op de IC-bezetting. Al anderhalf jaar worden we gebombardeerd met beelden van in coma gebracht coronalijders, en horen we hartverscheurende verhalen van artsen en verpleegkundigen. Af en toe zegt iemand dat het ook buiten de IC bijna niet meer vol te houden is, maar de IC is sexyer.

Nog een drogreden. De druk op de zorg is inmiddels weer extreem hoog, zei de premier. Met dat ‘inmiddels weer’ suggereert hij dat die druk net zo hoog is als in het voorjaar. Er ligt echter maar een fractie van het hoogste aantal van toen op de IC. Maar het personeel is op, letterlijk en figuurlijk. Het ziekteverzuim bedraagt soms 20%. De zorg liep al vóór corona op zijn tandvlees.

2G
Een andere drogreden betreft het 2G-beleid. “Het virus zit overal en moet dus overal bestreden worden”, zei Rutte. En daarom richt het beleid zich niet op één sector of één beroep. Maar vervolgens kondigt hij het zogenoemde 2G-beleid aan: alleen toegang tot een aantal delen van de samenleving voor mensen die gevaccineerd of genezen zijn. Die hete aardappel reserveert Rutte voor Hugo de Jonge.

De Jonge maakt vervolgens een fenomenale draai: “Het is een risicovolle tijd voor de anderhalf miljoen niet-gevaccineerde mensen.” Het RIVM heeft berekend dat dat in totaal 18.000 zieken gaat opleveren en 3500 mensen op de IC. Vroeg of laat wordt je besmet, zegt De Jonge. Die moeten niet allemaal tegelijk in het ziekenhuis raken. Nee, dat gebeurt natuurlijk ook niet. Mensen worden nooit allemaal tegelijk ziek, en lang niet alle ongevaccineerden belanden in het ziekenhuis.

Gevaccineerd
Vervolgens gaat De Jonge in op de maatregelen. Die schaden de samenleving, zegt hij, maar gelukkig hoeven de beperkingen dankzij de hoge vaccinatiegraad niet voor iedereen te gelden. En zo sorteert hij alvast voor op een wetsvoorstel dat nog niet door de Tweede Kamer is aangenomen. Dat zou ook niet eerlijk zijn, suggereert hij, want de gevaccineerden “hebben hun verantwoordelijkheid genomen”. En niet-gevaccineerden gedragen zich onverantwoordelijk, was het onuitgesproken vervolg.

En dus komt er een “gerichte aanpak”: met een QR-code voor niet-essentiële winkels en het werk wordt het veiliger. Maar dat is onzin. Als je gevaccineerd bent kun je nog wel het virus doorgeven maar word je niet meer zo ziek. Die werkplek en winkel wordt dus niet veiliger want de gevaccineerden lopen toch al weinig gevaar. En als je echt wilt dat die werkplek veiliger wordt, zorg je niet alleen voor testen, maar ook voor deugdelijke ventilatie.

Iedereen die wel eens een kantoorkolos binnenwandelt, weet dat ventileren hooguit gebeurt via een systeem dat de gebruikte lucht rondpompt. Dat is immers veel energiezuiniger. Er zijn nogal wat gebouwen waarvan de ramen niet eens open kunnen. Scholen zijn al helemaal berucht om hun beroerde binnenklimaat. Maar de grote woorden over ventilatie, waarvoor eerst nog technieksectorvoorman Doekle Terpstra werd ingevlogen, worden niet waargemaakt. Niet verwonderlijk, gezien de grote tekorten aan technisch personeel en grondstoffen.

Risico
Nog een drogreden: met een negatieve test kom je de kroeg niet meer in omdat ongevaccineerde mensen het meeste risico lopen. Huh? Als ook gevaccineerden het virus kunnen overdragen, zou je toch juist iedereen moeten testen? Zeker nu gebleken is dat het AstraZeneca-vaccin nog maar matig beschermt, en de boosterprikken pas in het voorjaar allemaal gegeven kunnen zijn.

De feiten worden zo ondergeschikt gemaakt aan de boodschap. Beleid en de informatie daarover lopen meer door elkaar. En dat is geen wonder. Er zijn inmiddels tien keer zoveel communicatiemedewerkers als journalisten. ‘Politiek is beeldvorming’ en daarvoor is de pr-specialist in het leven geroepen.

Ooit liep je op het Binnenhof even mee met een politicus en stelde je hem of haar een paar vragen. Die werden gewoon beantwoord, en je tikte vervolgens je artikel. Nu moet je je eerst langs een legertje communicatiemedewerkers wurmen en als je je interview af hebt, loopt er een pr-specialist doorheen om te zien of er geen brandbare uitspraken in je stuk te vinden zijn. Gevolg is niet alleen dat politici met meel in de mond praten, maar ook dat heel het politiek bedrijf van karakter verandert: iedereen wordt bang uitspraken te doen waar hij later weer op ‘gepakt’ kan worden. En de burger vertrouwt het hele zaakje niet meer: wat wordt er nu weer aan zijn aandacht onttrokken?

Idee-fixe
En dan het maakbaarheidssyndroom. ‘Samen krijgen we corona eronder!’ is nog steeds de slogan. Nou, dat had je gedacht. We krijgen kanker er niet onder, hart- en vaatziekten niet, en corona ook niet. We krijgen griep en verkoudheid er niet eens onder. Maar het kabinet blijft schermen met wenkende vergezichten: straks krijgen we ons leven weer terug! En aan die idee-fixe worden straks – als de Tweede Kamer het niet verhoede – grondrechten opgeofferd.

Nog een laatste probleem: gebrek aan reflectie en visie. Al vanaf het begin van de pandemie was duidelijk dat overgewicht, diabetes en andere welvaartsziekten een grote rol spelen in de vatbaarheid voor corona. Maar er is tot nu toe geen enkele maatregel getroffen die dat onderliggende probleem aanpakt: geen suikertaks, geen lagere BTW op groente en fruit, geen mogelijkheid voor gemeenten om het aantal fastfoodwinkels aan banden te leggen, geen strengere regels voor de voedingsindustrie.

En investeren in de gezondheidszorg? Nee, dat kost te veel geld, in tegenstelling blijkbaar tot de miljarden aan steunpakketten voor het bedrijfsleven, waarbij geen enkel onderscheid wordt gemaakt in nut of noodzaak. en zo ontvangt de horeca steun, en moet de gezondheidszorg verder blijven ploeteren. Visie is de obese olifant met longklachten in de kamer.

Keizersnede

Als moeder van vijf kinderen veer ik nog steeds geïnteresseerd overeind als ik een item hoor aankondigen dat gaat over zwangerschap of bevalling. Deze keer zat ik in de auto toen ik opveerde. Radio 1 kondigde een item aan over keizersnedes, en een nieuwe trend die de redactie had waargenomen.

Een nieuwe trend in keizersnedes? Daar moest ik het mijne van weten. Maar helaas volgde een tenenkrommend betoog. De nieuwe trend bleek te zijn dat de bevallende moeder zelf het kind uit haar schoot omhoog mocht takelen. De mevrouw die enthousiast over het gebeuren vertelde, was zelf het lijdend voorwerp geweest, of liever, het meewerkend voorwerp. Het bleek nog een heel gedoe.

De meerwaarde ontging mij bovendien, maar dat lag misschien aan het feit dat ik uitsluitend vaginaal ben bevallen. Van een nieuwe trend bleek ook geen sprake te zijn. De gynaecoloog die tekst en uitleg mocht geven, zag het als ‘een stukje dienstverlening’. Brrrrr…

Verder wist ze desgevraagd opvallend weinig nadelen van een keizersnede te noemen, terwijl de gynaecoloog die ik een jaar of vier geleden zelf sprak, daar toch echt anders over dacht. Het blijft een grote buikoperatie, zo’n keizersnede. Dat is geen feestje. Aardig wat vrouwen houden nog lang klachten, en problemen bij een volgende zwangerschap zijn niet uitgesloten.

En dan het kind. Kinderen die met de keizersnede geboren worden hebben aanzienlijk meer kans later in het leven diabetes te krijgen, bleek uit onderzoek. En er zijn meer nadelen.

Tot zover was ik weer in mijn stoel teruggezakt, wat heel verstandig was, want ik zat nog steeds in de auto. Maar toen vroeg de journalist aan de gynaecoloog of ‘wij in Nederland’ niet heel conservatief zijn met slechts 16% keizersnedes. Dat deden ze in China beter, met 80%.

Ik veerde bijna tot aan het plafond. Conservatief?? Wat zullen we nou krijgen? Is een keizersnede het wenkend perspectief voor iedere vrouw? Moeten wij ons eigen lijf uit handen geven terwijl het niet nodig is? Als het niet anders kan houdt het op, maar als rechtgeaard feminist houd ik toch liever het stuur in eigen handen.

Gelukkig had ik nog wat kilometers te rijden en toen ik de auto uitstapte, was het adrenalinegehalte weer aardig gezakt. Niks voor mij, zo’n nieuwe trend. Blijf van m’n lijf!

Advent!

Er zijn maar weinig tijden van het jaar zo heerlijk als advent. Vooral de eerste weken zijn een bron van genot. In die eerste weken wordt je nog niet weggespoeld door kerstmuzak met herdertjes en stille nachten, en kun je nog rustig boodschappen doen met Guus Meeuwis of zo op de achtergrond.

De winkels bombarderen je nog niet met kerstaanbiedingen en recepten waar je eerst een koksopleiding voor moet volgen, of erger nog, een YouTube-tutorial. Er staat alleen hier en daar een bakje cranberry’s verdekt opgesteld, wetend dat zijn tijd nog moet komen. De kerstboom staat buiten op het veld nog even krachten te verzamelen voor de weken die komen.

De eerste weken van advent zijn stil en ingekeerd. De adventsster hangt vanaf morgen achter het raam, de kerststal heeft zijn plek al ingenomen in de open kast (zonder het kindje Jezus want dat mag pas vanaf eerste Kerstdag, leerde ik vorig jaar. Maar ja, ik ben dan ook protestant).

advent kandelaar

Foto Pexels / Felix Mittelmeier

En of het van corona komt of niet, dit jaar was het voor het eerst dat ik niet op stel en sprong op zoek moest naar alle adventsattributen.

Al meer dan een week voor de eerste adventszondag was de kerstster opgeduikeld uit een doos met lego, had ik de twee kerststalwijzen gevonden in een bak met oude videobanden, Jozef en Maria lagen tussen de kerstballen, een andere wijze en een herder lagen op de grond in de berging. En de kribbe lag heel toepasselijk in een doos met speelgoed voor de kleinkinderen.

Ja, Marie Kondo kan hier nog heilzaam werk verrichten, maar ik ben een beetje bang voor haar.

Zelfs de adventskandelaar staat al klaar, met kaarsen en al. En die kaarsen passen er ook echt goed in, maar dat komt omdat alles bij Ikea is aangeschaft. Een ding ontbreekt nog: de adventskalender. Dat is nog een stap te ver, maar wie weet komt het daar ook nog van. Ooit.

Voor het eerst in decennia had ik dus de tegenwoordigheid van geest tijdig aan de voorbereidingen van de voorbereiding op Kerst te beginnen. Ik zeg: vooruitgang.

Een ding staat gelukkig helemaal los van advent: muziek. Van Kenneth Leighton bijvoorbeeld, die eeuwenoude teksten op moderne muziek zette. En Christmas Carrolls die nooit uit de tijd raken. Die muziek draai ik rustig midden in de zomer. Maar nu kan ik los, nog zeker vier weken!

Tv-dienst

Elk nadeel heb z’n voordeel. Al wekenlang is onze kerk gesloten en worden er diensten op internet uitgezonden. Maar toch ga ik regelmatig vreemd. Reden: pure nieuwsgierigheid naar de ontwikkelingen qua preekpresentatie en muziek.

Straks weer naar de kerk, maar zonder te zingen. Beeld Matthias Boeckel


Over de preekpresentatie kan ik kort zijn: van licht ongemak bij de voorganger naar een relaxte presentatie. En ook: wat een arm- en handgebaren! ‘Nederland in beweging’ is er niks bij.

De muzikale invulling is een ander verhaal. Er is al een paar decennia geleden een tweestromenland ontstaan, en die is in de diensten op tv moeiteloos te onderscheiden.

Aan de ene kant van het spectrum is er het psalmgezang in een berijming van een halve eeuw geleden, bij voorkeur begeleid door een stampend orgel dat nauwelijks genoeg registers lijkt te hebben om de emoties tot de gewenste hoogte op te stuwen. De voorkeur gaat over het algemeen uit naar psalmen die positief van toon zijn, of in het kerkjargon: bemoedigend. Daarnaast, samen zingen is leuk maar je moet het niet opnemen.

Aan de andere kant bevindt zich de praise-sector die zich kenmerkt door gevoelige teksten die zich vooral concentreren op de eigen navel. Wat ook opvalt is dat ze een nogal dwingend karakter hebben: ik wil alles en wel nu. De psychologie van de jaren ‘70 en ‘80 heeft duidelijk haar sporen achtergelaten: ik ben oké, jij bent oké. We hebben alleen troost en ondersteuning nodig.

Niet zelden ook wordt God uitgenodigd en welkom geheten in zijn eigen huis. Ik vraag me al een tijdje af welke theologie daar achter zit.

De uitvoering geschiedt over het algemeen door een paar enthousiaste mensen waarvan altijd één sopraan, wat zeg ik, een supersopraan. Hoe hoger, zachter en ijler, hoe mooier. Ik ben nog niet één praise-groep tegengekomen met een diepe alt, of met een krachtig schurend stemgeluid. Jammer.

Er is natuurlijk ook kerkmuziek die wel muzikale en tekstuele kwaliteit heeft. Maar dat zijn de beekjes die je moet weten te vinden in dit tweestromenland.

Dat er straks op 1 juli weer diensten gehouden mogen worden is mooi, zeker voor de kerken met een paar honderd zitplaatsen. Al zal dat voorlopig nog zonder zingen moeten gebeuren, en dat is een domper.

Want natuurlijk is muziek onmisbaar en zingen fijn. Maar het zou ook fijn zijn als dat straks weer kan zonder te struikelen over tweede naamvallen en onnavolgbare zinsconstructies, dan wel tenenkrommende uitspraken en teksten met de diepgang van een bord yoghurt.

Coronatijden

De hele dagen zit het corona-virus al in mijn hoofd. Misschien letterlijk want sinds vrijdag keelpijn, spierpijn en hoofdpijn, maar zeker figuurlijk.

Natuurlijk maak ik me zorgen over mensen die zwakke longen en een zwakke gezondheid hebben. We bellen, appen en mailen, want bezoeken kan natuurlijk niet. Maar ik ben behalve realist ook een optimist, dus ik zoek zoveel mogelijk lichtpuntjes. En die zijn er.

Zo zit ik op Twitter, en wat een zegen is dat medium. Natuurlijk dwalen er hele volksstammen rond, die hun fiolen van toorn uitgieten over de regering en een totale lock-down eisen, testen voor iedereen inclusief huisdieren, en tweeduizend toiletrollen per huishouden. Maar die zitten niet in mijn timeline.


Wel in mijn timeline zitten lieverds die als tegengif tegen een totale emotionele meltdown poezenspam spuien, en bemoedigende en al dan niet religieus getinte teksten rondstrooien. Mensen die aanbieden boodschappen te doen, op thuiszittende kinderen te passen.

En niet te vergeten de humor! Lachen is gezond en verhoogt de weerstand. ’t Is maar dat u het weet.

Ondertussen ben ik eindelijk aan dat vuistdikke boek begonnen dat al maanden geduldig op mij lag te wachten. Ik heb mijzelf eindelijk de tijd gegund mij in het ingewikkelde muziekspeelsysteem (het heeft een naam maar die ben ik weer vergeten) van de echtgenoot te verdiepen zodat ik nu via de boxen naar mijn lievelingsmuziek kan luisteren, in plaats van de YouTube-filmpjes via een koptelefoon.

En ik tel mijn zegeningen, want wat ben ik blij dat ik geen kinderen meer in huis heb! Onze vijf zonen waren in opgesloten toestand gevaarlijker geweest dan het virus.

Ja, dat was een grapje.

Duurzaam

Duurzaam een hype? Welnee, duurzaam is juist ouderwets. Onze opa’s en oma’s, die waren duurzaam.

Het vooruitgangsdenken, dat is pas een hype. Hij duurt alleen een beetje lang.
Mijn schoonmoeder moest van haar vader de aardappels zo dun schillen dat de schillen geen ‘knak’ meer zeiden. Dan heb je heel dun geschild en een maximum aan aardappel overgehouden. De schillen gingen naar de varkensboer, maar vette varkens kan hij er niet aan hebben overgehouden.

Mijn oma’s hielden hun eigen kippen, voerden die met afval uit de keuken, en aten dus eieren van etensresten, plus wat de kip zelf nog bij elkaar scharrelde aan wormen en pieren. En als het beest was uitgelegd ging hij zo met zijn kop op het hakblok. Beetje verdrietig misschien, maar wel duurzaam.

Nu begrijp ik best dat kippen houden in de stad op bezwaren stuit, en dat aardappels met schil eten gezonder is dan de voorouders dachten. En lekkerder ook, zeker als je ze bakt.

Maar duurzaam eten kan nog steeds. Neem broccolirijst. Als je dat zelf maakt (broccoli tot rijst malen in de foodprocessor, op het eerste dikke deel van de steel na) dan gebruik je al meer van de struik dan wanneer je de roosjes los snijdt en die apart kookt of stoomt.
Een pompoen schillen is helemaal niet nodig als je een biologisch exemplaar koopt. Het scheelt niet alleen tijd en pompoen, maar het is ook een stuk minder gevaarlijk.

Het is wel een beetje gênant dat onze generaties – die dachten dat alles alleen nog maar beter en makkelijker zou worden – nu toch met het schaamrood op de kaken moeten vaststellen dat opa en oma niet zo ouderwets waren als wij ooit dachten.

Leven ze nog? Maak excuses! En leven ze niet meer, gedenk ze door een paar van hun duurzame gewoontes in ere te herstellen: koop groente van het seizoen, eet niet elke dag vlees en stel weer een kliekjesdag in. Wen weer aan een niet tot de nok verwarmd huis, trek een trui aan (al dan niet zelfgebreid) als het koud is, en geniet van de kleine dingen. Van samen eten met vrienden, van een fijne wandeling. Dat is pas ouderwets duurzaam.

Wekker

Ik ben geen technisch genie, ik heb er geen enkele moeite mee dat toe te geven. Maar helaas komen er meer en meer spullen met stekkers op de markt. Die gaan vaak vergezeld van een boekwerk met informatie over het gekochte product in dertien talen. Vaak beginnen ze met ‘Van harte gefeliciteerd met uw aankoop’.

Houd die felicitaties maar voor je, fabrikant, doffe ellende is mijn deel. Ik begrijp helemaal niets van die boekjes en ben ook in katern Nl (dat zich meestal ergens achteraan bevindt) al binnen een halve pagina de draad volledig kwijt. En dan begin ik zelf maar wat te proberen.

Zo kocht ik laatst een radiowekker. Noodgedwongen, want mijn oude was een eigen leven gaan leiden. Hij maakte me soms midden in de nacht wakker, of juist helemaal niet. Nu had ik natuurlijk voor zo’n blikken geval met bellen kunnen kiezen. Maar daarop zie ik ’s nachts niet hoe laat het is (behalve als ze van die enge radium-wijzers hebben), en bovendien hoor ik dan de hele tijd tiktak, tiktak. En dan slaap ik niet meer.

Ja, ik had ook zo’n wekker kunnen nemen.


Een nieuwe dus, en het exemplaar dat mij in de winkel aangeraden werd, was de simpelste die er maar bestond, verzekerde de elektronicameneer me. Echtgenoot stond er wat schaamtevol naast. Dat hij met zo’n atechnisch geval was getrouwd, wist hij al, maar dat ze zo hysterisch werd – ‘Ik wil de allermakkelijkste wekker die er maar bestaat’ – en zich daar niet voor schaamde, dat was toch wel next level.

Ik vertrok met een wekker, maar vertrouwde het maar half. En dat bleek eenmaal thuis volkomen terecht. Ik had nog zo gezegd dat ik een wekker wilde die me op tijd wakker maakte, en niet meer. Maar ik kreeg een apparaat waar je zo’n beetje alles mee kon: dagelijks wakker worden om 7 uur, of alleen op alle werkdagen, of maar één dag tegelijk. Er zitten dertien knopjes op, dertien! Voor één keer wekker zetten moet ik 12 keer een knopje indrukken. En dat is de eenvoudigste? Hoe moet je dan in de vrede een ingewikkelde wekker instellen?

Ik weet dat ik ook mijn mobiele telefoon naast mijn bed kan leggen en dan kan zeggen: “Google, wek mij om zeven uur”. Maar ik vertrouwen meneer Google niet, die weet al veel te veel van me. Bovendien wil ik niet met mijn telefoon naar bed.

Inmiddels weet ik hoe het werkt met de wekker. Het gaat na twee maanden prutsen en te vroeg dan wel te laat wakker worden bijna vanzelf. Word nou niet overmoedig, houd ik mezelf voor. Straks heb je even vakantie en dan zet je geen wekker. En daarna is alles weer weggezakt in dat armzalige technisch geheugen van je. Ik ben gewoon definitief te oud voor deze wereld.

Sneakers

‘Dit mag toch wel, hè,’ twitterde iemand in mijn tijdlijn. Op de foto stond een vrouw in een prachtige zwarte chique jurk, klaar voor een feest of iets anders deftigs. Maar het ging niet om de jurk, het ging om het schoeisel: sneakers. Witte.

Nu heb ik altijd al een afkeer gehad van de sneaker. Alleen het woord al: sneaky betekent stiekem, en daarom doet het woord sneaker me denken aan bordeelsluiper, ook al zo’n foeilelijke schoen met een vervelende connotatie. Ik weet het, het gaat wat snel, maar zo associatief werkt mijn brein nu eenmaal. Bovendien zijn sneakers sportschoenen, en ik heb een hekel aan sport.

Er zijn zelfs vrouwen die het bestaan sneakers te dragen bij hun trouwdag. Beeld Pixabay


Ik ben dus tegen de sneaker. Hoe vaak me ook door reclame wordt bezworen dat ‘de sneaker niet in je schoenenkast mag ontbreken’, ik weiger die dingen aan te schaffen. En sneakers met van die ingebouwde hoge hakken of plateauzolen zijn al helemaal vreselijk. Alsof je door de maffia in een bak zacht beton bent gezet en je jezelf er daarna hebt uitgekapt. En zo bewegen de meeste vrouwen zich er ook op voort.

Waar de mode vandaan gekomen is, is me een raadsel. Als reactie op hoge hakken en ander oncomfortabel zittende schoenen, opperde iemand ooit. Het is een teken van emancipatie, vrouwen laten zich niet meer aanpraten dat hoge hakken sexy zijn en dat ze dus met kramp in de kuiten – en op termijn een halux valgus – door het leven moeten.

Dat lijkt me een valide reden. Maar waarom moet je dan meteen in het andere uiterste schieten, en van die lompe bakken aan je voeten schuiven? Er zijn toch ook wel mooie en lekker zittende schoenen zonder hak te vinden?

Geef mij maar de ouderwetse hoge basketbalgympen, van katoen. Ik zweer erbij. Ze zitten fantastisch en je kunt ze zo in de wasmachine gooien als je er mee door de modder hebt gelopen. En onder een chique jurk doe je gewoon chique schoenen aan. Met of zonder hakken.

Echte helden

De helden van tegenwoordig zijn jong en vrouw, schreef Caroline de Gruyter in NRC van 16 augustus. De Pakistaanse Malala Yousafzai die na een moordaanslag gewoon naar schoolgaan blijft gaan en dat blijft bepleiten, de Zweedse Greta Thunberg die stug doorzet met actievoeren voor het klimaat, al valt de hele (rechtse) wereld ook over haar heen.

Het begrip held is in Nederland aan inflatie onderhevig. Voetballers die op het juiste moment scoren zijn hier helden. Mensen die de Elfstedentocht zwemmen voor een goed doel, en mensen die iets liefs doen voor een ander, of die daar heel mooi over kunnen praten.

Mensen die iets zeggen waar half Nederland het al mee eens is maar wat twintig jaar geleden wat minder bon ton was. Of mensen die hun werk doen, zoals politieagenten en brandweerlieden. Mensen die hartmassage toepassen omdat ze daar een cursus in hebben gehad, en mensen die een hondje uit het kanaal vissen dan anders reddeloos verloren was geweest.

Toegegeven, de wereld wordt niet slechter van zulke mensen, maar ik heb toch een ander idee bij een held. En dan denk ik nog niet eens aan Braveheart of Ivanhoe, maar een beetje levensgevaar mag er toch wel bij zitten.

De Gruyter heeft trouwens een blinde vlek: aan de andere kant van de wereld strijden jonge helden voor vrijheid van meningsuiting en democratie in Hongkong. Met gevaar voor eigen leven en erger. Echt gevaar.

Daar zijn vrouwen bij zoals Agnes Chow, maar zeker ook mannen, zoals Nathan Law en Joshua Wong, leider van Demosisto: een ‘progressive, movement-oriented youth activist group in Hong Kong that advocates self-determination, both internal and external’, zoals ze zelf zeggen op hun Twitter-account.

Weekend na weekend gaan ze de straat op, die Hongkongers. Al veertien weken achtereen. Ze nemen het op tegen een van de machtigste landen van de wereld, tegen nietsontziende machthebbers en een systeem dat 1,3 miljard mensen in de houdgreep heeft. Succes is bepaald niet gegarandeerd en hun veiligheid al helemaal niet.

En daarom breng ik hulde aan de echte helden, al die mensen aan de andere kant van de wereld, die doorgaan met hun protesten. Hulde! En of het mannen of vrouwen zijn, zal me worst wezen.

Agnes Chow en Joshua Wong. Foto Iris Tong