Kerk. Zucht.

Hoe moet het verder met de kerk? Het ene rapport is nog niet uit, of het volgende manifest om je naam onder te zetten is er al weer. Ondertussen worden in de praktijk vooral gevechten gevoerd over structuren en gewoontes. Je vraagt je af hoe in Godes naam de kerk zich straks zal handhaven als minderheidskerk (Erik Borgman) of als gemeenschap van priesters en vreemdelingen (Stefan Paas) in een volkomen geseculariseerde cultuur.

Want meestal wordt een strijd gestreden met een ijver een betere zaak waardig. Zijn de kleden van de avondmaalstafel wel goed opgevouwen? Heeft de dominee een te fel gekleurd jasje aan? Of helemaal geen jasje?? Wel of geen beamer, en zo ja, waar en hoe. En wat moet er op?
CWC02AD
…………En dan de diensten. De oude goegemeente heeft ‘geen zin’ in veranderingen en wenst psalmen en gezangen, desnoods gelardeerd met wat Evangelische Liedbundel-dingetjes. Jongeren willen praise en Opwekking (in ieder geval, dat hoor ik altijd) en geen psalmen in taal uit de 19e eeuw.
De ouderen willen een preek in dierb’re taal en veel tweede naamvallen, jongeren willen hippe filmpjes en korte preekjes. Natuurlijk, ik overdrijf vreselijk en bovendien zijn er piepjonge bejaarden en stokoude jongeren.

In de praktijk krijgen de ouderen hun zin in reguliere diensten en mogen jongeren af en toe ook een dienstje. Daarom vertrekken ze nogal eens naar evangelische gemeentes. Om die een paar jaar later teleurgesteld de rug toe te keren wegens gebrek aan diepgang of een inmiddels ontwikkelde allergie voor überopgewekte bijeenkomsten met veel halleluja en handgeklap.

En ik? Ik wil Allegri, Monteverdi, Buxtehude, Alain, Messiaen, Poulenc, Engelse koormuziek en vette black gospel. En een stevige preek, een goed gesprek of een pittig debat. Dat worden heel rustige diensten…

Blijft de vraag: hoe moet het verder? Ik zie wel mogelijkheden voor de praktijk, dat is het probleem niet. ’s Morgens een laagdrempelige dienst waar iedereen zonder gêne z’n vrienden mee naartoe durft te nemen wegens afwezigheid van kerktaal en ouderwetse gezangen. Maar mèt aandacht voor het kapotte van het leven. Kinderen van harte welkom en stilzitten hoeft niet. ‘s Avonds om 5 of 7 uur een hoog-liturgische dienst met goede klassieke muziek, stilte en een goede preek.

Maar allereerst moeten christenen zich realiseren dat het afgelopen is met het feestje. Nederland is niet alleen niet christelijk meer, de kerk is naar de rand gedrongen. En aan de rand is geen ruimte voor lange tenen en stokpaardjes. Dan kunnen we ons lekker weer bezighouden met de enige om wie het gaat in de kerk: Jezus.