Sneakers

‘Dit mag toch wel, hè,’ twitterde iemand in mijn tijdlijn. Op de foto stond een vrouw in een prachtige zwarte chique jurk, klaar voor een feest of iets anders deftigs. Maar het ging niet om de jurk, het ging om het schoeisel: sneakers. Witte.

Nu heb ik altijd al een afkeer gehad van de sneaker. Alleen het woord al: sneaky betekent stiekem, en daarom doet het woord sneaker me denken aan bordeelsluiper, ook al zo’n foeilelijke schoen met een vervelende connotatie. Ik weet het, het gaat wat snel, maar zo associatief werkt mijn brein nu eenmaal. Bovendien zijn sneakers sportschoenen, en ik heb een hekel aan sport.

Er zijn zelfs vrouwen die het bestaan sneakers te dragen bij hun trouwdag. Beeld Pixabay


Ik ben dus tegen de sneaker. Hoe vaak me ook door reclame wordt bezworen dat ‘de sneaker niet in je schoenenkast mag ontbreken’, ik weiger die dingen aan te schaffen. En sneakers met van die ingebouwde hoge hakken of plateauzolen zijn al helemaal vreselijk. Alsof je door de maffia in een bak zacht beton bent gezet en je jezelf er daarna hebt uitgekapt. En zo bewegen de meeste vrouwen zich er ook op voort.

Waar de mode vandaan gekomen is, is me een raadsel. Als reactie op hoge hakken en ander oncomfortabel zittende schoenen, opperde iemand ooit. Het is een teken van emancipatie, vrouwen laten zich niet meer aanpraten dat hoge hakken sexy zijn en dat ze dus met kramp in de kuiten – en op termijn een halux valgus – door het leven moeten.

Dat lijkt me een valide reden. Maar waarom moet je dan meteen in het andere uiterste schieten, en van die lompe bakken aan je voeten schuiven? Er zijn toch ook wel mooie en lekker zittende schoenen zonder hak te vinden?

Geef mij maar de ouderwetse hoge basketbalgympen, van katoen. Ik zweer erbij. Ze zitten fantastisch en je kunt ze zo in de wasmachine gooien als je er mee door de modder hebt gelopen. En onder een chique jurk doe je gewoon chique schoenen aan. Met of zonder hakken.