Mandarijnen

Zevenhuizen, Sint Maarten 1980. Ik sta drie uur lang naar een onafzienbare rij kinderen te luisteren, een bevroren glimlach op mijn gezicht. Zij raffelen in razend tempo hun liedje af en houden zo gauw het klaar is met de snelheid van het licht een plakhandje op. Mijn eigen wurm ligt nog in de wieg.

Snoep wilden ze, snel en veel. Geen haar op mijn hoofd die erover dacht ze iets anders toe te werpen, mandarijnen bijvoorbeeld. Hoongelach zou mijn deel zijn, gezonde rommel hoefden ze niet.

Groot gelijk, vond Echtgenoot en tot gisteren hield hij dat stug vol. Kinderen willen snoep, snoep en nog eens snoep. Desnoods zonder papiertje erom zodat ze het ’s avonds uit de voering van hun tasjes moeten pulken. Maar geen fruit.

Echtgenoot is onbetwist een betere kinderkenner dan ik, daarom gehoorzaamde ik tot nu toe meestal. Maar de tijden veranderen. Bij de Lidl stond een hele lading kistjes met mandarijnen te lonken, de blaadjes zaten er nog aan.

Waren het de blaadjes die me overhaalden? Of werd de stem van mijn geweten te sterk: ‘Je gaat die kinderen toch niet van die ongezonde rommel geven? Die krijgen ze vanavond al genoeg. Geef toch vitaminen en mineralen!’

En opeens had ik een kistje mandarijnen in mijn handen.

Om zes uur ging de bel. De eerste kleine kudde had zich op de stoep verzameld en zong alsof hun leven ervan af hing. “Prachtig gezongen,” loog ik. “Alsjeblieft, een mandarijntje.” En nauwlettend speurde ik de gezichtjes af, op zoek naar teleurstelling of misschien zelfs walging.
Mandarin_Oranges_(Citrus_Reticulata)
Maar niets van dat alles. “Ah! Dat zijn die lekkere!”glunderde een jongetje. Uit pure vertedering gaf ik hem er twee, en toen moest de rest er natuurlijk ook twee. Het enthousiaste jongetje was niet de enige. De mandarijntjes konden op een warm welkom rekenen.

Slechts één meisje keek me licht verwijtend aan, gelaten liet ze de gulle gave in haar tasje glijden. Zij werd thuis misschien al wel overvoerd met fruit. Je weet het niet.

Zijn de kinderen in de loop der jaren veranderd? Worden ze beter opgevoed, of wonen wij in een wijk met zeldzaam goed erfelijk materiaal? Nadert de evolutie gaandeweg een punt waarop het menselijk ras daadwerkelijk wat beter wordt? Ik durf het niet te hopen. Maar de mandarijntjes blijven er in.